Synthesizerporno heeft niets met ranzige seks te maken. Het is nerdjargon dat staat voor onverhuld tonen of gedetailleerd opsommen van het gebruikte toetseninstrumentarium.

In de jaren ’70 en ’80 was het smullen voor synthesizerfreaks. De albumcredits van platen in de categorie elektronisch en progrock waren zo uitgebreid als het recept voor geflambeerde nachtegaalkeeltjes op een gestoofd kruidnagelbedje met Weens-Kosovaarse roomsaus. Als de klaphoes foto’s van het instrumentarium toonde, was het zoiets als de Playboy rechtop uitklappen.

Het recept voor ‘Moondawn’ à la Klaus Schulze

In 1989 kwam ik voor de eerste keer in aanraking met het begrip synthesizerporno. In de fonotheek spotte ik de hoes van de elpee ‘Live Miles’ van Tangerine Dream. Alleen het ravijndiepe decolleté van Samantha Fox was toen opwindender dan de vanuit vogelperspectief genomen podiumshot op de albumhoes. Een band met zoveel synthesizers kon onmogelijk slechte muziek maken.

Foto links: blik op Yamaha’s en Emulator II – Foto rechts: blik op dubbel-D

Tegenwoordig is het podiumuitzicht op een arsenaal synthesizers door techniek versoberd. En niet een beetje! Ga je als synthesizerliefhebber naar een concert, loop je hetzelfde blauwtje als een kroegtijger tijdens de drooglegging. Een toetsenist heeft tegenwoordig meer laptops en portable mixconsoles om zich heen staan dan synths. Als je niet beter wist, zou je bijna gaan denken dat er censuur op heerst.

Geldbesparing en gemak spelen een belangrijke rol. Heel begrijpelijk, trouwens. Waarom slepen en sjouwen met tien toetsinstrumenten als je ze via moderne software zo kunt oproepen? Softsynths, zoals dat heet, drukt tevens de kosten voor roadies die de hele santenkraam moeten opbouwen en afbreken en spelen op kleine, goedkope locaties is geen probleem meer.

De grote namen in de elektronische scene doen het live best nog XXL of ‘XXX’ om het metaforisch te duiden. In de progscene is drie keyboards op het podium de absolute max. Als je pech hebt, zijn het van die slankie-modellen zoals de Nord Electro 5. Puik geluid, maar het oog wil ook wat.

Een zuinige Nord Electro 5

Rick Wakemann [ex-Yes] en Geoff Downes [Yes/Asia] zijn enkelingen die de traditie in stand houden. Op mijn vraag waarom hij nog steeds zoveel apparatuur meesleepte, antwoordde Downes in 2011: “Because I’m a player who likes pure sounds. And it still looks very cool, don’t you think?”

De traditionalisten Rick Wakeman en Geoff Downes

Voortschrijdende techniek claimt altijd haar tol. Daar is niets aan te doen. Wie hongert naar imposante keyboard-set ups uit de glorietijd kan bij Google terecht. De pure sensatie biedt natuurlijk een langspeler uit die tijd. Het is genieten alsof de tijd stil staat en ik kan dat bewijzen. Over ongeveer vier maanden word ik zesenveertig, maar krijg onverminderd rode oortjes als ik mijn exemplaar van ‘Live Miles’ bewonder.

Michel Scheijen

(Visited 117 times, 1 visits today)

Geef een antwoord