INLEIDING

“Your daddy works in porno, now that mommy’s not around” zong ik. Het buurmeisje keek alsof ze een kangaroe zag waterskiën. “Ken je dat stukje tekst niet?, grinnikte ik. “Dat is ‘My Michelle’ van de Guns ‘n’ Roses-elpee ‘Appetite For Destruction’ die op jouw shirt staat afgedrukt.” “Oh, dat zal wel”, antwoordde ze met een lach waarvan een soort van opluchting uitging. “Ik ken die muziek niet eens. Ik kocht het shirt in de zomeruitverkoop van De Bijenkorf. Gewoon omdat ik het leuk ding vond.”

ZORGWEKKEND

‘Een leuk ding’ alarmeert dat er zich iets zorgelijks ontplooit. Wanneer de ‘V&D voor hoogbegaafden’ bandshirts verkoopt aan zachtaardige meisjes van twintig die modedesign studeren, is het vijf voor twaalf! Wordt het bandshirt net een zo’n voor de hand liggend kledingstuk als het designhemd van de Rolex-vertegenwoordiger of opa’s lange onderbroek? Verschilt het straatbeeld straks niet meer van het festivalterrein?

Omdat het dragen van een bandshirt voor mij een serieuze kwestie is, beschouw ik die ontwikkeling als buitengewoon zorgelijk. Het is geen kledingstuk dat ik lukraak uit de kast trek. Het is niet zomaar een souvenir van mijn favoriete band. Het is een weergave van mijn persoonlijkheid met al mijn goede en veel meer bizarre eigenschappen. Het is het symbool van mijn belijdenis. Waarvoor ik sta, waarvan ik houd en waarom ik doe wat ik doe. Wat het kazuifel betekent voor een priester, is het bandshirt voor mij.

Met deze klederdracht onderscheid ik mij van de modale muziekliefhebber. Van types die prachtig muziek beschrijven met het keutelachtige ‘leuk’. Die middenin een concert naar de bar dringen, die het zwijgen niet in acht nemen tijdens een solo, die de Top 2000 beschouwen als ‘de lijst der lijsten’ en die na ‘The Colour Of Spring’ geen belangstelling meer hadden voor Talk Talk.

Ik heb het volste recht om een bandshirt te dragen. Omdat ik een diverse muzieksmaak heb die de FM-horizon ruimschoots overstijgt. Omdat ik als puber elke vrijdag zwoegde en zweette om die rugzak vol pop-encyclopedieën thuis te krijgen. Omdat ik een eigen schatkamer bezit waar de muzikale parels alfabetisch zijn gerangschikt en opgeborgen. Omdat muziek me in de gelegenheid stelt om leuke mensen te ontmoeten en ik met beroemde musici mag praten. Omdat ik leef en denk in muziek en de dagelijkse dingen ermee associeer. Omdat ik nooit ga slapen zonder naar iets te hebben geluisterd dat aansluit bij de waan van de dag. Omdat muziek een filosofisch ritueel is waarvoor ik tijd neem.

Muziek is voor mij een vorm van escapisme. Een plek waar ik veilig kan schuilen voor alles wat ik niet wil weten, iedereen die ik niet wil kennen en alles waar ik niet wil bijhoren. Muziek is als de liefde van mijn vrouw: laven en zalven met geluk en geborgenheid.

JE BENT WAT JE DRAAGT

Kleding zegt wie je bent. Oh jee, ik hoor het commentaar al: “Je stigmatiseert! Je bevooroordeeld!” Allemaal best, maar wie heeft ooit een bedrijfsdirecteur in leren broek en cowboylaarzen een bestuursbijeenkomst zien openen? Wie zag ooit een zwerver in een glanzend zijden kostuum door een vuilnisbak graaien? Niemand, toch!?

Dit zijn sociaal-maatschappelijke voorbeelden die nauwelijks verschillen van de kledingcode binnen de popcultuur. Op Graspop Metal Meeting ziet het letterlijk zwart van de rockshirts, gedragen door potige jongens en meisjes met legerkisten die twee dagen na afloop nog altijd ruiken naar bier, bokworsten, gras en oud zweet. Als je op North Sea Jazz van ieder wijnnippend-ruitjeshemd-met-colbertje een tientje krijgt, hoef je de rest van het jaar niet te werken. De ruige ontembaarheid van de metal en de kieskeurige ‘intelligentie’ van de jazzmuziek weerkaatsen in de klederdracht van de liefhebber.

Laat ik het over de attitude hebben. De metalhead houdt niet van zaniken en lamenteren. Hij stelt geen hoge eisen. Als het maar hard is. Een gelauwerd jazzliefhebber spreekt met dure woorden, kiest voor kwaliteit, filosofeert over zoiets als een spijker, leeft ‘duurzaam’ en analyseert een afwasborstel op basis van Wittgenstein.

Ik mag beide uitersten. Ze zijn zoals ze eenmaal zijn. Hun kledingstijl is een non-verbale weergave van de identiteit. Zijn zoals je bent. Een mooie vorm van transparantie.

Metalheads en Jazzliefhebbers…zie de verschillen

WEERBARSTIG

Het ‘Appetite For Destruction’-shirt clasht frontaal tegen het lieflijk en nette elan van mijn buurmeisje. Het puike debuutalbum van Guns ‘n’ Roses is een schoolvoorbeeld van ‘sleaze rock’. Een subgenre binnen het hardrockdomein gespeeld door ontembare booswichten die opstaan en naar bed gaan met een fles whisky en een kwartaalhuurovereenkomst hebben met elke penitentiaire inrichting binnen de V.S. De teksten van‘Apppetite For Destruction’ vertellen over de teringzooi in achterstandswijken, moreel verval, decadentie, seksuele uitspattingen en destructieve drugsverslaving. De harde gitaren en het ijzige gekrijs van Axl Rose maken de totaalexpressie compleet.

Buiten haar zachtaardige inborst en het lieflijk voorkomen is er nog een ander tegenstrijdig element. Het feit dat het meisje noch de band, noch de muziek kent, maakt het dragen van het shirt volstrekt illegaal waardoor het sociaal-maatschappelijk contrast tussen muziekfreaks [in dit geval de headbangers] en het doorsnee klapvee vervaagt. Ik hoop dat deze trendontwikkeling vroegtijdig het loodje legt. Muziekfanaten in de ware betekenis van het woord, zijn de laatste heremieten binnen het veralgemeniseerde wereldbeeld.

DE NATUURLIJKE RUTTE

Mark Rutte zat een aantal jaar geleden op de tribune bij De Toppers. Dat hij als VVD’er present was op een kleinburgerlijk evenement dat veel weg heeft van een bruiloft op een woonwagenkamp, is ongewoon. Een VVD’er verwacht je eerder op North Sea Jazz [in de tijd van Hans Wiegel klonk Dixieland-muziek tijdens het partijcongres] of bij de Frank Sinatra-kloon Michael Bublé. De aanwezigheid van de persoon Rutte bij De Toppers was volkomen legaal. Op de eerste plaats wordt hij ervan verdacht homeseksueel te zijn. Zijn aanwezigheid bij De Toppers geeft de speculanten het voordeel van de twijfel. Op de tweede plaats was hij ‘casual’ gekleed: spijkerbroek, blouse met opgerolde mouwen, de bovenste knoopjes nonchalant open. Niet specifiek VVD-achtig, wel de natuurlijke Rutte. Zou hij een Bolt Thrower-shirt hebben gedragen, was het een ander verhaal geweest.

Mark Rutte in natuur bij De Toppers

LIJFSHIRT

Mijn eerste bandshirt was Simple Minds-‘Ballad Of The Streets’. Ik kocht het witte [!] shirt in 1992 tijdens de schoolreis naar Londen. Ik was een spekkige puber waardoor het shirt een maatje te krap zat. Als ik het binnenstebuiten droeg met een matrozenpet op mijn hoofd leek ik op Stay Puft Marshmallowman uit ‘Ghostbusters’.

Ik ben geen uitgesproken Simple Minds-fan. Mijn aankoop was impulsief en ik bezat toevalligde gelijknamige EP.

Mijn actuele voorraad bandshirts telt ongeveer vijfenvijftig stuks. Daarnaast zijn twintig afgedragen exemplaren opgeborgen in een vacuüm kledingzak. Ik kan geen afscheid nemen, want er zitten een stuk of vier Tangerine Dream-shirts tussen. Wegsmijten zou daarom voelen als een amputatie.

Het is onnodig om te vertellen dat ik, uitgezonderd plechtige bijeenkomsten, elke dag van de week in een bandshirt rondloop. In een andere outfit herkennen familie, vrienden, kennissen en collega’s me niet eens. Dat bewijst dat mijn criteria voor het dragen van een bandshirt volkomen gerechtvaardigd is. Mensen herkennen wie ik ben en erkennen wat ik ben.

DE VIJF CANONS

Tot slot een persoonlijkheidsreflectie aan de hand van enkele bandshirts die ik draag:

*Pink Floyd-The Dark Side Of The Moon

Stiekem is het toch wel kicken als één van de meest verkochte albums uit popgeschiedenis op naam van je favoriete band staat. Een tijdloos meesterwerk dat zesenveertig jaar na dato nog altijd formidabel klinkt. ‘DSOTM’ reflecteert mijn waardering voor productietechnisch vakmanschap, experiment, metaforische liedteksten en intelligente muziek.

*Rainbow-Live In Münich 1977   

Meestergitarist Ritchie Blackmore heeft een neus voor talent en bewondert Bach. Zijn elitecollectief Rainbow bestaat voornamelijk uit virtuozen. Blackmore is de Frank Zappa van de hardrock. Virtuozen en hardrock, daar kom ik mijn bed voor uit.

*Rick Wakeman-Journey To The Centre Of The Earth

De romans van E.A. Poe, Jules Verne, Charles Dickens, H.G. Wells, en Arthur Conan-Doyle  zijn van uitzonderlijke klasse. De literatuur uit de negentiende eeuw vind ik de allermooiste. Toen stonden fantasie en romantiek de wetenschap nog niet in de weg. De jaren zeventig prog typeert dezelfde klassiek-romantische sfeer. Twee keer romantiek op één shirt.

*KISS-CRAZY NIGHTS

“This is my music, it makes me proud. These are my people, and this is the crowd.”

Een citaat uit de Kiss-knaller ‘Crazy Nights’. Een bandshirt van trots, zelfbewustzijn en levensvreugde. Moet ik nog meer uitleggen?

*TANGERINE DREAM-PHAEDRA 1974…THOSE WHERE THE DAYS, MY FRIEND

De Moog, de PPG Wave, de Mellotron, de Prophet 5, de Fairlight CMI, de Roland Juno 60, de Oberheim OB-Xa, de Yamaha DX-7 en mijn allergrootste favoriet de Emulator II. Dit shirt schreeuwt recht in je gezicht: “Ik ben een synthesizerliefhebber!”

*Deep Purple – Come Taste The band

De omstredenheid van ‘Come Taste The Band’ is belangrijker dan het feit dat ik het een waanzinnig goed album vind. De meeste Purple-fans dragen ‘Machine Head’ of ‘In Rock’ op hun borst. Ik houd van controverse. Net dat beetje anders. Daarom kocht dit shirt in de zomer van 2019.

Michel

(Visited 16 times, 1 visits today)

Geef een antwoord