MEI 2023 IS EEN SPECIALE MAAND VOOR MIKE OLDFIELD EN ZIJN FANS. OP DE 25e IS HET EXACT VIJFTIG JAAR GELEDEN DAT ZIJN DEBUUTALBUM ‘TUBULAR BELLS’ UITKWAM OP HET NIEUWE LABEL VIRGIN RECORDS. EEN JUBILIEUM DAT GROOTS GEVIERD WORDT MET EEN LUXE HERUITGAVE MET DAAROP ENKELE EXTRAATJES WAARONDER DE DEMO UIT 2018 DIE MIKE OPNAM VOORDAT HIJ HET ‘TUBULAR BELLS IV’-PROJECT CANCELDE OM MET PENSIOEN TE GAAN. OP 15 MEI BLAAST MIKE OLDFIELD 70 KAARTJES UIT. TER GELEGENHEID VAN DIT DUBBELE JUBILEUM VERTELT MUSICOPHILIA.NL AAN DE HAND VAN ZIJN ALBUMDISCOGRAFIE HET LEVENSVERHAAL VAN DE GENIALE MULTI-INSTRUMENTALIST DIE NOOIT GRAAG IN DE SCHIJNWERPERS STOND.

Mike Oldfield op pensioenleeftijd

JEUGDJAREN

Michael Gordon Oldfield wordt op 15 mei 1953 geboren in Reading, Engeland. Hij is het derde kind in het gezin van Maureen en Raymond Oldfield. Zus Sally werd geboren in 1947 en broer Terry in 1949. Pa Oldfield is huisarts en moeder [van Iers komaf] huisvrouw. De kleine Mike is een stil, timide knaapje dat liever zijn eigen plan trekt dan achter de kudde aanrennen. Met name op school toont hij zich van de tegendraadse kant.

Op jonge leeftijd raakt hij begeesterd door het gitaarspel van zijn vader. Pa kent slechts drie akkoorden die nodig zijn voor de traditionele kersliederen in huiselijke kring. De akkoorden heeft de kleine Mike snel onder de knie. Niet lang daarna krijgt hij zijn eerste gitaar [een Eko-six string] waarmee hij zichzelf gitaarspelen leert.

In 1961 is er voor de vierde keer gezinsuitbreiding. De nakomeling krijgt de naam David en heeft het syndroom van Down. Mikes moeder staat het kind af en belandt in een zware depressie. Vanaf dat moment breken in huize Oldfield donkere tijden aan. Maureen pendelt tussen thuis en opnames in psychiatrische inrichtingen. David overlijdt na een jaar waardoor ze in een nog dieper gat valt en afhankelijk wordt van kalmeringsmiddelen en antidepressiva. Mikes vader moet alle ballen in de lucht houden [artsenpraktijk, kinderen en zieke echtgenote] waardoor de jonge Mike veel op zichzelf is aangewezen. Hij mist ook zijn moeder. Zus Sally gaat haar eigen kunstzinnige weg en broer Terry verlaat al vroeg het ouderlijk thuis. Mike vindt zijn heil in de muziek. Hij trekt zich terug op zijn kamer om nog beter gitaar te leren spelen. De focus ligt op de finger picking-techniek. Een techniek, voortkomend uit de klassieke muziek en folk, waarmee hij later de herkenbare Oldfield-gitaarsound ontwikkeld. Met structureel muziekonderwijs op school leert hij het notenschrift en komt in aanraking met werken van Beethoven en Sibelius.

EERSTE OPNAMES/THE SALLYANGIE

Vanaf zijn twaalfde speelt Mike in diverse folkclubs. Hij raakt bevriend met Chris Braclick en Andy Holland met wie hij een trio vormt dat door het clubcircuit in Reading trekt. Voor Mike is het de ideale manier om te ontsnappen aan de problemen thuis. Sally Oldfield is inmiddels een gevierd balletdanseres en pianiste. Ze is bevriend met Marianne Faithfull die een relatie heeft met Mick Jagger. Als Mike 15 wordt [en destijds niet meer leerplichtig] krijgt Sally de kans van de Rolling Stones-frontman om een professionele demo op te nemen met haar broer. De opnametechnicus is Gus Dudgeon die later furore maakt als producer voor Elton John en David Bowie. De demosessies lopen op niets uit, maar Sally laat het er niet bij zitten. Ze komt in contact met Nathan Joseph van Transatlantic Records die overtuigd is van haar kwaliteiten. Met broer Mike vormt ze het duo The Sallyangie dat onder productionele leiding van Nathan Joseph een folkalbum opneemt dat in 1969 verschijnt onder de titel ‘The Children Of The Sun’. Na een korte promotietournee duiken broer en zus opnieuw de studio in voor de opvolger. Mike heeft echter geen trek in een tweede album. Hij wil niet meer in de schaduw staan van zijn grote zus. Met o.a. broer Terry begint hij de band Barefoot die al na vier optredens uiteen valt.

Mike en zus Sally als het duo The Sallyangie

KEVIN AYERS EN VIRGIN

In 1970 raakt Mike als bassist betrokken bij de band van Kevin Ayers waar ook toetsenist David Bedford deel van uitmaakt. Met Kevin Ayers neemt hij binnen een jaar tijd drie albums op die tot stand komen in de beroemde Abbey Road Studios. In de loze studio-uurtjes benut Mike het complete instrumentaria om een demo te maken van eigen composities. Hij wil muziek maken zonder inmenging van anderen. Als in 1971 de samenwerking met Ayers wordt beëindigd, volgen allerlei sessieklusjes zoals reservegitarist bij een theaterproductie van het musical ‘Hair’ en bassist bij de Arthur Louis Band. Deze band neemt haar werk op in de studio van een gigantisch landhuis genaamd Shipton On Manor in Oxfordshire. De eigenaar is een jonge, ambitieuze zakenman: Richard Branson. Ondertussen heeft Mike zijn demo getiteld ‘Opus One’ naar diverse platenmaatschappijen [o.a. EMI] gestuurd, maar wordt stelselmatig afgewezen.

Een jonge Mike Oldfield met basgitaar in de Abbey Road Studio

Mike overhandigt de demo ook aan opnametechnicus Tom Newman van de Manor-studio. Ook hij laat niets van zich horen. Mike is ten einde raad. Zijn jeugdtrauma’s en het consumeren van softdrugs en LSD [in de jaren 60 en 70 is het consumeren van LSD net zo normaal als het smullen van patatje-oorlog] maken hem een emotioneel wrak. Op het moment dat hij uit pure wanhoop besluit om de Sovjetambassade in Londen te contacteren om Russisch staatsmuzikant te worden, belt ene Simon Draper; de zakenpartner van Richard Branson. Beiden zijn gecharmeerd van Mikes demo. Na een bijeenkomst op Bransons huisboot mag Mike Oldfield met productietechnische ondersteuning van Tom Newman en Simon Heyworth in de Manor zijn debuutalbum opnemen wat de eerste plaat wordt op het Virgin Records-label van Richard Branson

TUBULAR BELLS [1973]

‘Tubular Bells’ verschijnt op 25 mei 1973. Tien dagen na Mikes twintigste verjaardag. Het album bevat twee instrumentale composities van ongeveer twintig minuten verdeeld over twee kanten. De lastig te categoriseren muziek is een reflectie van Mikes instabiele emotiecarrousel waar hij het contrast tussen folk, klassiek, rock en minimal music tot een minimum reduceert. In latere interviews vertelt Mike dat de repetitieve muziek op het album ‘A Rainbow In Curved Air’ van Terry Riley van grote invloed was. Op ‘Tubular Bells’ presenteert Mike zich niet alleen als exceptioneel gitarist, maar tevens als multi-instrumentalist. Naast een dozijn gitaren speelt hij piano, orgel, klokkenspel en uiteraard buisklokken. Gastmuzikanten zijn fluitist John Field, violist Lindsay Cooper en percussionist Steve Broughton. Het achtergrondkoor vormen Mundy Ellis en Sally Oldfield. Een glansrol is weggelegd voor een beschonken Vivian Stanshall die als ceremoniemeester alle instrumenten introduceert. ‘Tubular Bells’ wordt een megasucces. De toonaangevende radio-dj John Peel draait het integrale album in zijn programma en wanneer regisseur William Friedkin ongevraagd het openingsthema gebruikt voor zijn horrorfilm ‘The Exorcist’, krijgt de verkoop een mega boost. Van de ene op de andere dag is de mensenschuwe studiomuzikant Mike Oldfield een superster die overal in de spotlights staat. Tot grote ontsteltenis van Virgin schuwt hij de spotlights en omzeilt elke publiciteit. Een interview met Karl Dallas wordt een ramp. De journalist moet bijna letterlijk de antwoorden uit Mikes muil rukken die op zijn beurt het interview beleeft als een openbare verkrachting.

HERGEST RIDGE [1974]

Om te ontsnappen aan alle media-aandacht pakt Mike zijn boeltje bijeen en koopt van de opbrengst van ‘Tubular Bells’ een klein landhuis genaamd The Beacon gelegen in het graafschap Herfordshire nabij Wales. De serene, landelijke omgeving is de inspiratie voor het tweede album ‘Hergest Ridge’ waarvan de titel verwijst naar de gelijknamige berg in Herfordshire [tegenwoordig een populaire ontmoetingsplek voor fans]. Vlotten willen de opnames niet. Mike is nog altijd een emotioneel wrak met paniekaanvallen die liever aan modelvliegtuigjes knutselt dan muziek maakt voor het nieuwe album. De platenmaatschappij verwacht een tweede ‘Tubular Bells’, maar het resultaat is compleet anders. ‘Hergest Ridge’ is een tweedelig folkrockepos met Bach-trompetten en tinwhistles dat na een kwartiertje luisteren hallucinaties bewerkstelligt van grasgroene heuvels bevolkt door ‘De Wielewaal’-zingende wandelaars op bruine sandalen zonder sokken. De pittige recensies maken gehakt van het album. Desondanks stoot ‘Hergest Ridge’ door tot de eerste plek in de hitlijsten. De verkoopoplage blijft ver achter zijn voorganger waardoor het jonge Virgin rode cijfers vreest.

THE ORCHESTRAL TUBULAR BELLS [1975]

Omdat Mike publieke optredens blijft weigeren, verzint Virgin een alternatieve promotieactie: een georkestreerde versie van ‘Tubular Bells’. Mike ziet niets in dat idee, maar Virgin houdt de poot stijf. De klassiek geschoolde David Bedford [ex- Kevin Ayers] arrangeert en dirigeert het muziekstuk voor het Royal Philharmonic Orchestra dat in september 1974 wordt opgenomen in de Barking Town Hall. Na veel geëmmer neemt Mike een akoestische gitaarsolo op die wordt toegevoegd aan de eindmix voor ‘The Orchestral Tubular Bells’ dat in februari 1975 verkrijgbaar is. Helaas leent het rijk geschakeerd origineel zich niet voor een orkestrale interpretatie. De intieme momenten gaan compleet verloren waardoor het resultaat als eentonig wordt bestempeld.

OMMADAWN [1975]

Terwijl de voorbereidingen voor de orkestversie van ‘Tubular Bells’ volop aan de gang zijn, werkt Mike aan zijn derde album. Virgin geeft ‘m de gelegenheid om het thuis op te nemen waarvoor een kamer in The Beacon wordt verbouwd tot opnamestudio. Alles gaat goed totdat op een avond de taperecorder het begeeft en het opgenomen materiaal verloren gaat. De toch al niet stabiele multi-instrumentalist zit weer in de piepzak, maar herpakt zich opmerkelijk snel. De diversiteit aan instrumenten wordt nog uitgebreider door het gebruik van harp, bouzouki, en een Solina String-synthesizer. Ook qua gastmuzikanten is het drukker dan ooit met zangeressen Clodagh Simmons, Bridget St. John en Sally Olfield. Broer Terry speelt panfluit en Paddy Malony [The Chieftains] doedelzak. Voor ritmische variatie draagt het Afrikaanse percussie-ensemble Jabula haar steentje bij. De recensies in november 1975 zijn unaniem lovend. Het album wordt geprezen voor zijn muzikale diversiteit waar folk, rock, Afrikaanse percussie en dromerige spacerock op constructieve wijze een eenheid vormen. ‘Ommadawn’ wordt één van populairste albums uit de carrière van Mike Oldfield en is inmiddels een fan-favoriet. Lang duurt de Hosanna-stemming niet. Drie maanden na de release overlijdt Mikes moeder en in zijn thuisland wijzigt het muzikale klimaat drastisch.

EXEGESIS-THERAPIE/INCANTATIONS [1978]

Om jeugdtrauma’s en paniekaanvallen niet langer te onderdrukken met alcohol, volgt Mike de therapie Exegesis van Robert D’Aubigny [echte naam: Robert Fuller]. Hij komt terug als een herboren individu dat niet meer op de vlucht slaat voor mensenmassa’s. Mike reist zowaar naar Palma de Mallorca voor een ontmoeting met de ouders van Richard Branson. Met kortgeknipt haar en een garderobekast waarin de slobbertruien, sandalen, en afgedragen spijkerbroeken zijn vervangen door sneakers, designpantalons, poloshirts en colbertjes oogt Mike ongekend sprankelend en fris. De positieve impulsen stimuleren tot het maken van het vierde album ‘Incantations’, gebaseerd op paganisme en magie [incantation = bezwering]. Het nieuwe album moet innovatief zijn. Naast de drumpartijen van Pierre Moerlen en een strijkorkest, worden meer synthesizers en zang aan de productie toegevoegd. Tijdens conceptresearch stuit Mike op o.a. de mythologie van godin Diana en het het gedicht ‘Hiawatha’ van Henry Wadsworth Longfellow. Beide onderwerpen sluiten mooi aan op het albumthema. Zangeres Maddy Prior van Steeleye Span draagt ‘Hiawatha’ integraal voor. ‘Incantations’ is Mikes meest ambitieuze werk tot dan toe bestaande uit vier epics die elk een hele plaatkant vullen. De muziek is symfonisch, spacey, expressief, bezwerend en de ambitie knalt er vanaf. Toch moet zelfs de fanatiekste Oldfield-fan erkennen dat sommige delen best wat korter hadden gekund om de spanningsboog strak te houden. Ten tijde van de release heeft in Engeland de punkrevolutie toegeslagen. Bands als Deep Purple, Yes, E.L.P., Pink Floyd en Led Zeppelin worden in de media op agressieve wijze weggehoond als langdradige, belegen producten uit het verleden. Zo gaat ook de complexe muziek van Mike Oldfield voor de bijl. De pers maakt ‘Incantations’ met de grond gelijk. Toch zijn de verkoopcijfers best redelijk, maar het financieel noodlijdende Virgin besteedt haar budget liever aan de nieuwe sensatie The Sex Pistols dan aan Mike Oldfield. De punkrage is namelijk een lucratieve inkomstenbron. Mike merkt dat Richard Branson het verdienmodel aan het omgooien is. Het label focust zich niet meer alleen op progressieve rock. In de Virgin Stores wordt ‘Anarchy In The UK’ massaal aangeprezen met posters en stapels elpees, terwijl ‘Incantations’ lukraak ergens in de bakken ligt.

DE EERSTE TOURNEE/EXPOSED [1979]

Tot grote vreugde van Richard Branson besluit Mike op tournee te gaan voor het promoten van ‘Incantations’ waarvoor kosten noch moeite gespaard worden. Mikes begeleidingsband bestaat uit maar liefst veertig musici waaronder een compleet strijk- en fluitorkest, een koor, en een folk-ensemble. De opbrengst van de succesvolle tournee dekt bij lange na niet alle uitgaven. Om deze na te komen, wordt van de concerten in o.a. Duitsland, België en Spanje het live-album ‘Exposed’ samengesteld. Uitgave: juli 1979. Maar het zou nog tien jaar duren voordat met de verkoop alle onkosten zijn afbetaald.

PLATINUM [1979]

Mike begrijpt dat hij zijn muziek moet aanpassen aan de moderne tijdsgeest. Na een trip naar de Virgin-kantoren in het hippe New York boekt hij ter plekke de Electric Ladyland Studios voor het schrijven en opnemen van zijn nieuwe album. Het catchy eindproduct heet ‘Platinum’ dat in november 1979 op de markt komt. Voor het eerst bevat de A-kant een epic en de B-kant nummers van korte tijdsduur waarvan één in het gangbare liedjesformat met songtekst. Van het folk-esoterische geluid dat tot dan toe alle albums karakteriseerde, is weinig over. De 19-minuten durende epic die de albumtitel draagt, bestaat uit vier verschillende segmenten die sterk geworteld zijn in de Amerikaanse rockmuziek en swingjazz. Voor de finale van het titelnummer leent Mike het vocale segment ‘North Star’ van de Amerikaanse componist Philip Glass. Een toonaangevende naam in het genre minimal music. Met de korte instrumentaaltjes ‘Woodhenge’ en ‘Into Wonderland’ laat Mike zich van zijn innovatieve kant horen. ‘Punkadiddle’ is een dikke middelvinger richting punkmuziek die in 1979 over het hoogtepunt heen is. Een moderne bewerking van ‘I Got Rythm’ [uit de musical ‘Girl Crazy’ van George en Ira Gershwin] wordt gezongen door Wendy Roberts. In Amerika verschijnt ‘Platinum’ onder de titel ‘Airborne’ waarop ‘Woodhenge’ is vervangen door het disco-achtige ‘Guilty’ dat uit de ‘Incantations’-sessies voortkomt. Alle stunts ten spijt; het moderne ‘Platinum’ wordt niet het succes waarop men inzette. In Amerika bereikt het niet eens de hitlijsten. Een tournee langs diverse Europese zalen is wel een succes en bovendien winstgevend, omdat koor en orkest op stal blijven.

QE2 [1980]

De geluidsmodernisatie zet door op ‘QE2’ waarvan de titel verwijst naar het gelijknamige Britse cruiseschip. Simon Draper adviseert om vaste producer Tom Newman te vervangen door technicus/producer David Hentschel. Deze produceerde alle Genesis-albums na het vertrek van Peter Gabriel. Naast synthesizers introduceert Hentschel nog meer technische foefjes zoals drummachines en de vocoder waardoor ‘QE2 prima aansluit op het popgeluid van de prille jaren 80. Als gastmuzikant doet Phil Collins mee, maar de belangrijkste aanwezige is nieuwkomer Maggie Reilly.

Maggie Reilly

Mike leert de roodharige Schotse zangeres kennen tijdens de ‘Platinum’-tournee. Ze is de vriendin van één van de roadies. De prima zangkunsten maken haar voor lange periode vast bandlid. Het album bevat twee covers: ‘Arrival’ van ABBA en ‘Wonderful Land’ van The Shadows. Mike is zo’n sociale gabber geworden dat hij met David Hentschel en toetsenist Tim Cross twee nummers schrijft: ‘Celt’ en het titelnummer. Een ander opvallend detail is dat het langste nummer [‘Tauris 1′] slechts tien minuten duurt. QE2’ is fantasievol, bekoorlijk en doet het commercieel iets beter dan zijn voorganger. Maar is in 1980 geen goudmijn.

EEN HORRORVLUCHT NAAR FIVE MILES OUT [1982]

Tijdens de ‘QE2’-tournee door Spanje vliegen Mike en zijn crew met een tweepropeller-vliegtuig van Barcelona naar San Sebastian. De jonge piloot heeft pas zijn vliegbrevet en vindt het een eer om het illustere gezelschap tijdens zijn eerste commerciële vlucht aan boord te hebben. Op een hoogte van 10.000 meter belandt het vliegtuig in een onweerswolk met bijna catastrofale afloop. De 45-minuten durende horrortrip is de inspiratiebron voor het nieuwe album ‘Five Miles Out’ waarvan de titel afkomstig uit het pilotenjargon. Mike grijpt terug naar het het format van ‘Platinum’: één epic gevolgd door korte, deels gezongen nummers. Ook Tom Newman keert terug. ‘Five Miles Out’ klinkt weer als een vertrouwde mengeling van rock en folk. De productie is modern, maar zonder de steriele afronding van ‘QE2’. Het bijna 25-minuten durende ‘Taurus II’ is een magnifiek werkstuk en sinds ‘Ommadawn’ klonk geen Oldfield-epic meer zo uitvoerig als een massief, consistent geheel. Drummer Carl Palmer speelt een gastrol op ‘Mount Teide’ vernoemt naar de gelijknamige berg op de Canarische Eilanden. Ter promotie verschijnt het door Maggie Reilly gezongen titelnummer op single waarvoor, tot Mikes afgrijzen, een videoclip wordt opgenomen. De single wordt in een aantal landen een bescheiden hitje. De tweede single ‘Family Man’ [eveneens gezongen door Reilly] doet weinig en wordt in 1983 in een coverversie van Hall & Oates een hit in Amerika. ‘Five Miles Out’ krijgt goeie kritieken en de verkoop is stukken beter dan de twee voorgangers. De uitgebreide wereldtournee brengt Mike voor het eerst naar Amerika, Canada, Nieuw-Zeeland en Japan. Na een periode van experiment met tegenvallende resultaten staat Mike weer aan de top. En dat zal nog even zo blijven.

TERUG AAN DE TOP MET CRISES [1983] EN DISCOVERY [1984]

Na het afronden van de Five Miles Out-wereldtournee duikt Mike de studio in met sessiemusici Anthony Glynne [gitaar], Phil Spalding [bas] en drummer Simon Phillips die voor een lange tijd ook zijn producer wordt. Uit deze vruchtbare samenwerking ontstaat het album ‘Crises’ dat eind mei 1983 in de winkels ligt, voorafgaand aan de wereldhit ‘Moonlight Shadow’ gezongen door Maggie Reilly. De albumopzet is identiek aan ‘Five Miles Out’, maar dit keer heeft Mike voor de volle honderd procent zijn symfonische folkrocksound perfect afgestemd op de compacte productie- en songstructuur van de jaren 80. Het titelnummer is een strak, twintig minuten durend epos waar de virtuoze gitaarfratsen en het spectaculaire drumwerk van Phillips zich afwisselen met sfeerrijke synthesizerpartijen uit de Fairlight CMI. De door Roger Chapman-gezongen rocker ‘Shadow On The Wall’ [geïnspireerd op de benarde situatie van politiek gevangenen in Oost-Europa] is net zo’n wereldhit als ‘Moonlight Shadow’. Het komt de verkoop van ‘Crises’ ten goede zodat het na ‘Tubular Bells’ zijn beste verkochte album wordt. De succesvolle Europatournee sluit op 22 juni 1983 af met een concert in de Wembley Arena. Audio- en video-opnames hiervan komen in 2011 terecht op de gelimiteerde ‘Crises’-boxset. Virgin wrijft zich in de handjes, want Mike Olfield levert eindelijk weer veel poen op.

Simon Phillips

Voor de navolger wordt Mike op het hart gedrukt om een gelijksoortig succesalbum te produceren waarvoor eveneens een tournee gepland staat. Om belastingtechnische redenen is Mike met zijn complete studio verhuisd naar het vakantieoord Villars-sur-Ollon in Zwitserland. Naast de opnamesessies voor het nieuwe album wordt gewerkt aan de score van ‘The Killing Fields’. Een aangrijpende film van Roland Joffé over twee bevriende journalisten tijdens het schrikbewind van de Rode Khmer in Cambodja. ‘Discovery’ heet het nieuwe album in juni 1984 dat de succesformule van ‘Crises’ voortzet. Toch verschilt het in kleine details. Er wordt meer gebruik gemaakt van de Fairlight CMI-synthesizer, aan het album doen slechts vier namen mee [Oldfield, Simon Phillips. Maggie Reilly en zanger Barry Palmer], en op last van Virgin bevinden zich alle gezongen nummers dit keer op de A-kant en het instrumentale ‘The Lake’ op de B-kant. Het wederom door Maggie Reilly gezongen ‘To France’ [gebaseerd op het leven van Mary Stuart, Queen of Scots] koppelt moeiteloos aan het succes van ‘Moonlight Shadow’. ‘Discovery’ wordt Mikes tweede bestseller van de jaren 80 wederom gevolgd door een succesvolle tournee. Met hard werken en investeringen in nieuwe technologie heeft de zonderlinge multi-instrumentalist zich een plek bemachtigd tussen de jonge popgoden van de jaren 80. Toch zal in de tweede helft van dat decennium alles anders worden.

ISLANDS [1987] EN EARTH MOVING [1989]/DE CRISIS MET VIRGIN

Tussen 1985 en 1987 doet Mike het rustiger aan. Na op korte termijn in Zwitserland en Frankrijk te hebben gewoond, keert hij terug naar Engeland om naast zijn villa in Buckhinghamshire een audio- en videostudio te bouwen. Naast de mooie verzamelaar ‘The Complete Mike Oldfield’ brengt Virgin twee singles uit om de wachttijd voor het nieuwe album te overbruggen. De eerste is ‘Pictures In The Dark’ uit 1985. Mike blijkt leadzangeres Maggie Reilly te hebben ingeruild voor zijn nieuwe liefde Anita Hegerland [de schrijver dezes beschouwt dit als de grootste flater uit zijn carrière]. De Noorse Hegerland is een voormalig kindersterretje dat in de jaren 70 met Schlagerzanger Roy Black een hit scoorde met ‘Schön Ist Es Auf Der Welt Zu Sein’. Ze is blond, mooi, heeft uitstraling, en haar rondingen evenaren een setje opeengestapelde Formule 1-banden. Maar ze mist de karaktervolle engelenstem waarmee Maggie Reilly het ideale accent legde op Mikes poppy folkrock.

Anita Hegerland

‘Pictures In The Dark’ flopt en ook de tweede, door Jon Anderson gezongen single ‘Shine’ doet niets. In oktober 1987 verschijnt eindelijk het nieuwe album ‘Islands’ waarvoor een groot budget werd uitgetrokken. De volledige kant-A bestaat uit het instrumentale tweeluik ‘The Wind Chimes’ dat naast hypermoderne synthesizer- en sampletechnieken de nodige Aziatische invloeden bevat die verwijzen naar ‘The Killing Fields’-score. De ideeën zijn prima, ware het niet dat de onderlinge segmenten erg fragmentarisch overkomen waardoor er geen sprake is van een consistent geheel. Kant-B bestaat uit ultra-commerciële popnummers zonder enig folkrock-ingrediënt. De vocale bijdragen komen naast Anita Hegerland van Bonnie Tyler, Max Bacon en Mikes ouwe maat Kevin Ayers. De productiecredits worden gedeeld met Geoff Downes, Michael Cretu [het brein achter Enigma], oudgediende Tom Newman en Alan Shacklock. ‘Islands’ ontvangt vernederende kritieken. De muziekpers spreekt terecht van overproductie en sloopt het album. De kritiek richt zich met name op het offeren van de karakteristieke folkrock voor aalgladde, bombastische popsongs. ‘Islands’ verkoopt matig en in vergelijking met de twee voorgangers zelfs slecht! In de Britse hitlijst bungelt het ergens in de middenmoot en van Amerikaans goud is geeneens sprake. Omdat Virgin geen promotietournee in het vooruitzicht stelt, tracht men de verkoop op te krikken met het videoalbum ‘The Wind Chimes’ dat tegelijk op laserdisc [herinner u zich deze nog?] verschijnt. De video bevat videoclips van alle gezongen nummers incl. een uit computeranimatie en Aziatische sfeerbeelden bestaande film van ‘The Wind Chimes’. Als extraatjes worden de clips van ‘Five Miles Out’, ‘Moonlight Shadow’, ‘Pictures In The Dark’ en ‘Shine’ aan het prijzig hebbedingetje toegevoegd. Dit alles kan ‘Islands’ uiteindelijk niet behoeden voor een financiële flop.

Laserdisc-editie van ‘The Wind Chimes’-video

Mike en Virgin vliegen zich in de haren. Het is crises! Mike claimt artistieke vrijheid en beschuldigt Virgin dat hun ondermaatse promotieactiviteiten [lees: het niet financieren van een tournee] te wijten zijn aan het drama. Virgin ziet dat anders. Als Mike gewoon weer een vette hit schrijft zoals ‘Moonlight Shadow’, komt alles weer goed. Hij zwicht en schrijft een aantal popliedjes die in 1989 belanden op het album ‘Earth Moving’. Zijn eerste plaat zonder een instrumentaal nummer. Naast Hegerland staan o.a. Adrian Belew, Chris Thompson, Max Bacon en…hoera…Maggie Reilly achter de microfoon. De nummers zijn beresterk en meer dan slechts pretentieloze popsongs. ‘Hostage’ heeft als thema het Gladbeck-gijzeldrama waarbij de destijds 18-jarige Silke Bischoff om het leven kwam. Het nummer opent met een kort nieuwsfragment over de vluchtroute van de gijzelnemers. In ‘Runaway Son’ reflecteert Mike op de periode dat hij zijn ouderlijk huis verliet en ‘Innocent’ beschrijft de ouder-kindrelatie vanuit het perspectief van liefhebbende ouders. De productie is strak en conform de late jaren 80-popsound, echter zonder de gewraakte overproductie van ‘Islands’. Maar ‘Earth Moving’ doet het nauwelijks beter dan zijn voorganger. In Duitsland en Zweden boekt de plaat wat kleine successen. De single ‘Innocent’ wordt eveneens een hit in Duitsland. Een live-tournee zit er wederom niet in. Virgin regelt wel enkele playbackoptredens in Europese televisieshows waar Mike nota bene wordt begeleid door de crème de la crème uit de Britse progrockscene: Geoff Downes, Phil Spalding, Simon Phillips en Adrian Belew [what the f*ck…geen live-tournee?!].

AMAROK [1990]

De relatie tussen Mike en Virgin daalt tot onder het vriespunt. Mike vertelt Richard Branson dat hij voor zijn nieuwe album teruggrijpt naar het instrumentale folkrockformaat van weleer. Hij is het op winst beluste popdogma van Virgin spuugzat en wil weer echte muziek maken zonder digitale productiefoefjes. Branson vindt het prima. Wellicht komt er eindelijk een vervolg op ‘Tubular Bells’ waar Virgin al zo verdomd lang op wacht. Mike doet wat hij zegt en komt in juni 1990 op de proppen met zijn dapperste en organisch klinkende werk sinds jaren: ‘Amarok’. De muziek ligt niet in het verlengde van ‘Tubular Bells’, maar in dat van zijn andere meesterwerk: ‘Ommadawn’. De hoesfoto geeft daar enige aanleiding toe. ‘Amarok’ is een 60 minuten durende, radicale fusie van rock, Keltische folk, flamenco en wereldmuziek [op vinyl verdeelt over twee kanten]. Mike speelt weer alles wat snaren heeft of geluid maakt en smijt een heftige brok creativiteit richting luisteraar. Humor is er in de vorm van de Margareth Thatcher-imitatie ‘Endings are always beginnings’ van Janet Brown en de op keyboard gespeelde Morsecodes die een niet zo leuke boodschap bevatten voor Richard Branson. Er is geen zakenkennis nodig om de begrijpen dat ‘Amarok’ geen enkel marketingpotentieel heeft. Virgin doet dan ook niets aan promotie. Commercieel sterft ‘Amarok’ een stille dood. Onder de fans is het een favoriet.

HEAVEN’S OPEN [1991] EN HET EINDE VAN DE SAMENWERKING MET VIRGIN

Voor het laatste Virgin-album besluit Mike iets te doen wat hij nog nooit heeft gedaan: alle leadzang voor rekening nemen. Incidenteel zong hij enkele passages op de albums ‘Five Miles Out’, ‘Crises’ en uiteraard op het aanhangsel ‘On Horseback’ van ‘Ommadawn’…voor zover je dat geprevel zang kunt noemen. Een heel nummer met alles erop en eraan zingen, is wel even andere koek. Hij neemt zangonderwijs bij een strenge tante genaamd Helena Schenel. In zijn biografie ‘Changeling’ vergelijkt hij haar lessen met een drilinstructie. Met vrijwel dezelfde instrumentalisten als op ‘Earth Moving’ neemt hij zijn laatste Virgin-plaat op met de titel ‘Heaven’s Open’. Voor het eerst staat de volledige naam Michael Oldfield op de hoes en heet de producent niet Tom, maar Thomas Newman. Het resultaat is niet eens zo vreselijk slecht. De vijf door Mike…of Michael gezongen nummers verhalen op symbolische wijze naar de strubbelingen met Virgin en de artistieke vrijheid waar hij zozeer naar verlangt. Het zijn onderhoudende nummers met inhoud, emotie en diepgang. Dankzij doorzettingsvermogen en focus levert Mike op zanggebied een redelijke prestatie. Al zou je soms denken dat iemand met een verstopte tracheacanule aan het zingen is. De instrumentale afsluiter ‘Music From The Balcony’ [kloktijd: 19 minuten] bruist van de tegenstrijdige passages, gegoten in een onsamenhangende cryptische structuur. Een bizar werkstuk waarmee alleen de hardcore fan overweg kan. In de laatste seconden van de epic horen we na hoongelach ‘Fuck off” waarmee Mike met harde woorden afscheid neemt van Virgin om een nieuwe toekomst tegemoet te gaan.

TUBULAR BELLS II [1992]

Na het beëindigen van het Virgin-contract stapt Mike via zijn nieuwe manager Clive Banks over naar Warner Music [WEA]. Privé loopt het niet zo lekker. Mike en Anita Hegerland liggen in scheiding [zijn derde, inmiddels] waar twee kinderen bij betrokken zijn. Hij ploetert zich door deze emotionele sores heen door samen met producer Trevor Horn te sleutelen aan ‘Tubular Bells II’. Zijn eerste album voor Warner. Virgin is verbijsterd, omdat Mike een vervolg op zijn succesplaat altijd weigerde. Op 31 augustus 1992 ligt het vervolg in de winkel waarvoor de verwachtingen hooggespannen zijn. Qua muziek en structuur is ‘Tubular Bells II’ gelijk aan het eerste deel met als enige verschil dat het vervolg niet uit twee delen bestaat, maar uit afzonderlijk geïndexeerde titels die hier en daar in elkaar overlopen. De melodieën zijn een variant op die van het origineel uit 1973. Ook het caveman-gedeelte is present en wel in een heel moderne outfit. Acteur Alan Rickman [zucht…Severus Snape in de ‘Harry Potter’-filmreeks…ik weet het zo onderhand wel!] bekleedt de rol van ceremoniemeester en doet dat op plechtigere wijze dan Vivian Stanshall. De prima marketing en de muzikale herkenbaarheid maken van ‘Tubular Bells II’ een verkoopsucces. Kritiek is er op de steriele, digitale productie en het ontbreken van het organisch geluid dat het eerste deel zo tijdloos maakte. Warner trekt de beurs en stuurt Mike met een twaalfkoppig orkest op tournee van maart t/m oktober 1993. Zijn eerste sinds 1984. De single ‘Sentinel’ wordt door MTV stevig promoot en bereikt in Engeland de top 10. Heel bijzonder: het premièreconcert op Edinburgh Castle dat op 04 september 1992 op de Britse televisie live wordt uitgezonden, krijgt een videorelease. Na jaren in de schaduw van alles en iedereen te hebben gestaan, staat Mike Oldfield weer aan de top. Eventjes, want ‘Tubular Bells II’ zal zijn laatste, internationale bestseller worden.

THE SONGS OF DISTANT EARTH [1994]

Het tweede Warner-album ‘The Songs Of Distant Earth’, is gebaseerd op de gelijknamige roman van sciencefictionschrijver Arthur C. Clarke. Mike geeft het verhaal over een utopische mensenkolonie die in de toekomst wordt bezocht door reizigers van de gedoemde planeet aarde perfect weer in een prachtvol, atmosferisch album met etnische momenten. ‘The Songs Of Distant Earth’ luistert dan ook als een dromerige cruise door het heelal. Het aandeel synthesizers, samples en computertechniek is groter dan ooit en toch klinkt het album warmer en dynamischer dan het steriele ‘Tubular Bells II’. Het is tevens de eerste cd met een interactieve cd-rom track. Allemaal leuk en aardig voor wie in 1994 een Apple Macintosh-computer met QuickTime-technologie tot beschikking heeft. Een verkoopsucces wordt het intergalactische conceptalbum niet.

VOYAGER [1996]

In de tweede helft van de jaren 90 is Keltische muziek razend populair vanwege de spectaculaire theatershows ‘Lord Of The Dance’ en ‘Riverdance’ die wereldwijd volle zalen trekken. Warner wil een graantje meepikken van de rage om het verlies van ‘The Songs Of Distant Earth’ te compenseren. Toevallig overweegt Mike om de synthesizers een tijdje met rust te laten en zich weer te focussen op zijn folklorewortels. Het pientere besluit krijgt vorm op het album ‘Voyager’ vol Keltische thema’s en serene texturen. Op wens van Warner wordt toch een vernislaagje synthesizers aangebracht zodat het geen ‘pure haggis‘ wordt. Het resultaat kan zich laten horen. Buiten drie mooie composities uit eigen hand [o.a georkestreerde ‘Mont St. Michel’] en een cover van Bieito Romero bevat het album vijf Keltische traditionals waaronder het bekende ‘She Moves Through The Fair’ en de rouwballade ‘Flowers Of The Forest’. ‘Voyager’ gaat de geschiedenis in als één van zijn populairste albums met de vertrouwde Oldfield-sound. Met een eerste plek in de Hongaarse [!] albumlijst boekt het album een bescheiden succes.

TUBULAR BELLS III [1998]

Na de heftige scheidingsjaren zit Mike weer lekker in zijn vel dankzij het volgen van meditatiesessies en mindfulness trainingen. In de wintermaanden koopt hij op Ibiza een stuk land om zijn eigen huis te laten bouwen. Een wereldvreemde kluizenaar als Mike Oldfield weet natuurlijk niet dat het eiland in de zomermaanden overspoeld wordt door de jetset en opgefokte rijkeluisblagen om er uitbundig feest te vieren. Mike krijgt de appelflauwte en verkoopt het huis met flink verlies aan Noël Gallagher van Oasis om terug te keren naar Engeland. Gelukkig is er Clive Banks die met Warner een nieuwe albumdeal regelt zodat tenminste centjes binnenkomen. Het eerste is ‘Tubular Bells III’ dat opvallend meer is dan slechts een voortzetting van het beproefde recept. Deel III is een hippe symfonie, pikant gepeperd met Oriëntaalse invloeden en de trendy dance- en loungemuziek uit het Ibiza-clubcircuit. Het enige wat de wenkbrauwen doet fronsen, is het door Cara Dillon gezongen ‘Man In The Rain’ dat een bijna één op één kopie is van ‘Moonlight Shadow’! De verregende première op het Londense Horse Guards Paradeplein van 04 september 1998 verschijnt, net als de première van deel II, kort na de release als koopvideo. ‘Tubular Bells III’ verkoopt goed, maar evenaart niet de oplage van de eerste twee.

GUITARS EN THE MILENNIUM BELL [1999]

In laatste jaar van de 20e eeuw volgen op korte termijn twee nieuwe albums. De eerste is ‘Guitars’ van 24 mei 1999 dat, zoals de titel suggereert, compleet tot stand komt met gitaar. Met hulp van innovatieve MIDI-techniek worden ook andere instrumenten zoals keyboards en drums aangestuurd via het besnaarde hout. ‘Guitars’ is een intiem…en een tikkeltje saai album dat Mike helemaal in z’n eentje opneemt en produceert. Vol zelfvertrouwen onderneemt hij van 18 juni t/m 31 juli een Europese tournee onder de titel ‘Then & Now’ waar hij wordt begeleid door o.a. toppercussionist Fergus Gerrand en David Bowie-bassiste/Chapman Stick-speelster Carrie Melbourne [ook bekend als Miss Wipneus U.K.]. De opmerkelijkste verschijning is voormalig Wham!-achtergrondzangeres Pepsi Demacque die de ondankbare taak heeft om het ruige ‘Shadow On The Wall’ te zingen.

Carrie Melbourne en Pepsi Demacque

Vanwege het wel erg hoge MIDI-gehalte zijn de reacties op de tournee wisselend. 1999 is ook het jaar van de millennium-paniek waarvoor allerlei krampachtige veiligheidsmaatregelen worden genomen. Mike en Warner willen er een een lucratief slaatje uit slaan met als gevolg dat op 26 november ‘The Millennium Bell’ wordt uitgebracht. Het is een ‘Cirque Du Soleil’-achtig edelkitsch-product waar niemand blij mee is. De speculaties dat het album uit vrees voor de millenniumbug werd gevuld met restmateriaal van harde schijven, zijn niet mis. Op de laatste avond van de 20e eeuw geeft Mike, net als menig ander grote muzieknaam, een feestelijk open air-concert. Hij strijkt neer naast de Siegessäule in hartje Berlijn. Opnames van dit spektakel komen in februari 2000 terecht op de cd/dvd-combi ‘The Art In Heaven Concert’.

TR3S LUNAS [2002]

‘Schoenmaker blijf bij je leest’, luidt het gezegde waar Mike begin 21e nieuwe eeuw zich niet zozeer van bewust is. Uit handen van Warner-topman Rob Dickins krijgt hij een exemplaar van het interactieve 3D-computerspel ‘Myst’. Mike raakt dermate enthousiast over de interactieve 3D-competenties dat hij met hulp van computeringenieurs een eigen systeem ontwikkeld: ‘MusicVR’. Dit systeem is bedoeld als een virtual reality-ervaring waarin beelden en muziek worden gecombineerd in een niet-gewelddadig en in wezen niet-doelgericht spel genaamd ‘Tres Lunas’ [Spaans voor drie manen]. Waar hij geen rekening mee houdt, is dat de voorkeur van de gemiddelde gamer uitgaat naar race- of ultragewelddadige schietspelletjes en niet naar het ontwerpen van 3D-werelden in combinatie met muziek. Het systeem belandt als cd rom-track op het nieuwe album ‘Tres Lunas’ dat een soort soundtrack is voor het geflopte spel. De muziek lijkt op etnische chill-out die door Enigma veel beter wordt gemaakt.

TUBULAR BELLS 2003 [2003]

“Ik was nooit echt tevreden over de originele opname” is Mikes zwakke motief achter ‘Tubular Bells 2003’. Een tot in het kleinste detail nieuw ingespeelde en opgenomen versie van zijn triomfdebuut, dertig jaar na dato. Zelfs de meest devote fan verzucht dat het ‘Tubular Bells’-concept nu wel heel erg wordt uitgemolken. De 2003-heropname klinkt kristalhelder en fris. Daarentegen ontbeert het alle spontaniteit en levendigheid. Dus alleen de audiofiel die zelfs zijn fluitketel op een prijzig 5.1-speakerset heeft aangesloten, is content. De levende legende John Cleese heeft als ceremoniemeester blijkbaar zijn dag niet, want de introducties zijn alles behalve geinig. ‘Tubular Bells 2003’ scoort lang niet zo goed als de vervolgen II en III. Mike sluit zijn Warner-jaren op dezelfde wijze af als bij Virgin: met een kater.

LIGHT + SHADE [2005]

In 2005 komt Mike onder contract bij Mercury Records UK dat onderdeel is van Universal Music. Zijn eerste album voor Mercury is een dubbellaar met muziek van contrasterende stemming. Disc I [‘Light’] bestaat uit rustgevende, zalvende muziek en disc II [‘Shade’] is ritmisch met donkere texturen. Enkele tracks zijn bewerkte versies van ‘Tres Lunas’. Ondanks de verschillen vormt ‘Light + Shade’ een fraai coherent geheel dat raakvlakken heeft met de beste momenten op ‘The Songs Of Distant Earth’ en ‘Tubular Bells III’. De verkoop is matig. Tussen 2006 en 2007 is Mike de hoofdact tijdens Night Of The Proms. Het podium waar zijn muziek het allerbeste tot haar recht komt. Wie het beeldmateriaal ziet, concludeert dat een oudere Mike Oldfield nog altijd overkomt als een verlegen scoutknaapje dat een pakje condooms afrekent.

MUSIC OF THE SPHERES [2008]

In 2008 verschijnt Mikes meest ambitieuze werkt sinds ‘Amarok’: ‘Music Of The Spheres’. Een volledig georkestreerd conceptalbum, gebaseerd op de theorie Musica Universalis die stelt dat elk hemellichaam zoals de zon, de maan en de sterren muziek voortbrengen. Muziek die onhoorbaar is voor de mens en ontstaat vanuit de bewegingen van planeten in het zonnestelsel. ‘Music Of The Spheres is een interpretatie van hoe die muziek zou klinken. Mike componeerde de muziek met hulp van componist Karl Jenkins. Hij schreef de orkestarrangementen en diens onmiskenbare klankpalet is een waardvolle aanvulling op de unieke thema’s. Jenkins is trouwens een oude bekende van Mike. Hij speelde hobo tijdens de BBC TV-uitvoering van ‘Tubular Bells’ in 1973.

Karl Jenkins

Mike is liefhebber van klassieke muziek en werd beïnvloed door verschillende componisten uit de laat romantische periode, met name Sibelius. Dat uit zich in de wijze waarop hij op ‘Music Of The Spheres’ snelle strijkerspartijen combineert met trage blazerspartijen om een spannend contrast te creëren. De muziek is imposant met pakkende melodieën die blijven hangen. Een transparante structuur en samenhangende thema’s lopen als een rode draad door het album heen met sterke verwijzingen naar ‘Tubular Bells’ en ‘Hergest Ridge’. Want als er één album naadloos aansluit op deze twee, is het ‘Music Of The Spheres’. Pianovirtuoos Lang Lang en sopraan Hayley Westenra leveren fantastische bijdrage en hun aanwezigheid draagt ertoe bij dat het album veel media-aandacht krijgt. Het album ontvangt lovende recensies en is één van zijn succesvolste. Op 07 maart 2008 [één week voor de releasedatum] voert Mike samen met het Baskisch symfonieorkest en Heyley Westenra het werk integraal uit in het Gugenheim Museum in Bilbao. Een live-opname van dit evenement komt terecht op de gelimiteerde dubbel cd-uitgave van ‘Music Of The Spheres’.

EEN LANGE PERIODE VAN RADIOSTILTE

Na ‘Music Of The Spheres’ houdt Mike zich vooral bezig met het remixen en remasteren van zijn backcatalogus. Vanaf 2009 verschijnen op het Mercury-label alle Virgin-titels vanaf ‘Tubular Bells’ in luxe dubbel cd-uitgaven [soms met dvd en 5.1-mix] met veel interessante extraatjes zoals B-kanten, onuitgebracht restmateriaal, en fantastische live-opnames. Van ‘Tubular Bells’ en ‘Crises’ komen zelfs gelimiteerde megaboxen op de markt. ‘Discovery’ is in 2016 de laatste titel in de heruitgave-reeks. Ondertussen is Mike naar de Bahama’s verhuist waar hij tot op de dag van vandaag resideert. In 2012 treedt hij op tijdens de opening van de Olympische Zomerspelen in Londen. Het daaropvolgende jaar loopt zijn vierde huwelijk met de Nederlandse Fanny Vandekerckhove op de klippen en is hij te zien in de BBC-documentaire ‘Tubular Bells: The Mike Oldfield Story’. Een boeiend portret over de totstandkoming van het album en waarin Mike Oldfield met ‘coupe Ivanhoe’ openhartig vertelt over zijn moeilijke jeugdjaren.

Mike in ‘Tubular Bells: The Mike Oldfield Story’

Het zijn de enige publieke moment in een lange periode van radiostilte. In tegenstelling tot zijn muzikale generatiegenoten maakt Mike nauwelijks gebruik van sociale media of een actuele website. Om maar te zwijgen over muziek maken of concerten geven.

MAN ON THE ROCKS [2014]

Tot ieders verrassing ziet in 2014 een nieuw album het levenslicht! Een speurtocht langs zijn familieboom tot aan de generatie van de Eerste Wereldoorlog inspireert Mike tot het maken van ‘Man Of The Rocks’. Een album dat, net als ‘Earth Moving’, volledig bestaat uit gezongen popnummers. Vaste man achter de microfoon is Luke Spiller van de Britse indie-band The Struts die best een prima performance neerzet.

Luke Spiller

Veel nummers handelen over emotionele instabiliteit en depressies waarmee veel oud-familieleden van Mike ook te dealen hadden. Ondanks het persoonlijke karakter, inclusief een redelijke hoeveelheid publiciteit, krijgt het album gemengde kritieken van zowel pers als publiek. Niemand zit te wachten op een tweede ‘Earth Moving’ nu progrock weer helemaal hip is. Zeker de Oldfield-fan niet! Desondanks is de verkoop niet slecht in de wereld van de veranderde en sterk versnipperde muziekmarkt waar muziek anders wordt geconsumeerd dan dertig jaar geleden.

RETURN TO OMMADAWN [2017]

In 2015 is Mike eventjes in het nieuws wanneer zoon Dougal uit zijn tweede huwelijk op 33-jarige leeftijd overlijdt na een hartaanval. De Britse tabloids besteden uitgebreid aandacht aan het drama. Mike is kapot van verdriet. Hij betreurt dat hij als professioneel muzikant zelden een vaderfiguur was voor zijn kinderen. Twee jaar later verrast hij vriend en vijand met ‘Return To Ommadawn’. Een voorzetting van ‘Ommadawn’ uit 1975 zoals de titel doet vermoeden. Voor wie ‘Man On The Rocks’ meteen door de plee spoelde, is dit een volwaardige comebackplaat bestaande uit twee epics van twintig minuten gespeeld met een breed scala aan snaar- en toetsinstrumenten. De folkloremelodieën zijn sterk, rijk aan klankkleur en gestoeld op een palet van dynamische, ritmische wendingen met soms sinistere momenten. ‘Return To Ommadawn’ is geen muesli en havermelk-symfonie zoals de voorganger. Het heeft ook niet de impact van 1975. Het is een zeer melancholisch klinkend album dat symbool staat voor Mikes terugkeer naar zijn roots als componist, multi-instrumentalist en producer. Muziek die voortvloeit uit zijn carrousel van emoties waar spoken uit het verleden continue aan het bedieningspaneel zitten. Spoken die inmiddels zo oud zijn als hijzelf. Die tussentijds wat afstand houden, maar nooit echt zullen verdwijnen. Niemand had een album als ‘Return To Ommadawn’ van Mike Oldfield verwacht. In die verrassing bevindt zich grotendeels de waardering voor het studioalbum waarmee hij zijn carrière op eervolle en passende wijze afsluit.

Van harte gefeliciteerd met je 70e verjaardag, Mike! Ik wens je het allerbeste en een goede gezondheid. Bedankt voor je fantastische, genre overstijgende muziek die op jonge leeftijd heel veel muzikale deuren voor mij opende.

Michel Scheijen

(Visited 1.000 times, 2 visits today)

Dit bericht heeft 12 reacties

  1. Ha Michel.

    Je moet er even voor gaan zitten, want het is een lang verhaal, een hele zit, maar de moeite waard, boeiend, zowel op het gebied van muziek als de psyche, en qua spanningsveld tussen artistiek en geld verdienen, druk van label. Ik wist trouwens niet dat Mike Oldfield maar 8 jaar ouder is dan ik. Groeten vanuit een zonnig Aruba, niet eens zo ver van de Bahama’s, haha, van harte met je muzikale held Michel, hoi, Erik.

    1. Michel

      Hallo Erik,

      Bedankt voor je reactie. Ik hoop dat meer lezers content zijn. Gaaf dat je zo dicht bij hem woont. Ha! Ha!

      Alle goeds,

      Michel

  2. Ed Knegtel

    Respect voor de research en de prettige schrijfstijl. Bridget St John-samenwerking wist ik niet. Heb alles van haar, de vrouwelijke Nick Drake (kort-door-de-bocht). Chapeau weer, Michel!

    1. Michel

      Hallo Ed,

      Toen was Bridget rond de dertig of zo. ‘Ommadawn’ is uit 1975. Op ‘Amarok’ uit 1990 doet ze ook mee.

      Dank voor je reactie. Was een helse klus…dat wel. En steeds dat aanpassen, wijzigen, redigeren. Op een gegeven ogenblik had ik er genoeg van. Ha! Ha!

      Alle goeds,

      Michel

    1. Michel

      Hallo Theo,

      Dank voor je reactie. Laat weten wat je van hem op de playlist zet. Ben benieuwd.

      Alle goeds,

      Michel

  3. John

    Bewondering voor jouw research, overzichtelijk, compact, prettig. Verbaast me steeds meer dat jouw schrijfstijl niet inmiddels minimaal landelijke bekendheid geniet. Kortom prachtig/krachtig geschreven over een der geniaalsten.
    Heel veel dank Michel.

    https://www.youtube.com/watch?v=96Qrjq-Oxak

    1. Michel

      Hallo John,

      Wow! Dank voor je mooie woorden.

      Alle goeds,

      Michel

  4. Jeroen Baten

    Hoi! Leuk verhaal. Ik miste wel In Dulci Jubilo en de Boxed set. Maar verder leerzaam en leuk om te lezen. Een reread om hier en daar missende woordjes er alsnog in te zetten zou een optie kunnen zijn.

    1. Michel

      Hallo Jeroen,

      Bedankt voor je reactie. Als ik ook nog andere singles en de nodige verzamelaars erbij zou betrekken, zou het een nog langer verhaal worden. Over ‘Boxed’ dacht ik wel nog na. Is een speciaal geval. Wel achterhaald, dat wel.

      ‘Missende woordjes’? Als lidwoorden weggelaten kunnen worden [de, een, het], doe ik dat. Is iets wat veel schrijvers doen. Wel bedankt voor je tip. Heb hier en daar wel wat dingen herzien/aangepast.

      Alle goeds,

      Michel

  5. Wijnand

    Hoi Michel,

    Dat heb je mooi gedocumenteerd als eerbetoon voor zijn repertoire en verjaardag.
    Mike is een multi-instrumentalist en de sluwe zakenman Branson had al snel in gaten dat hij te maken had met een uitzonderlijk talent. Natuurlijk was het niet altijd koek en ei tussen de 2 heren want Mike wilde zijn creativiteit kwijt en Richard wilde vooral veel geld op de planken zien. Maar humor had Branson wel; even een detour met facts: British Airwaves was de geldschieter voor de London Eye en tijdens het optakelen van het reuzenrad ging er vanalles mis. Vervolgens vloog Richard Branson met zijn knorrende (virgin) zeppelin boven het rad met de tekst ‘British Airwaves can’t keep m up’. De tabloids stonden natuurlijk bol van deze hilarische actie. Of dat Richard op de eerste rang zat toen Mike (NA zijn periode met Virgin) Tubular Bells II live ten gehore bracht op Edinburgh Castle in 1992. Maar dit allemaal terzijde.
    De albums van Michael waren zo verschillend dat je altijd wel een plaat interessant vond. Zelfs als de eerste Tubular Bells plaat jou matig bevalt kan je eventueel nog altijd kiezen tussen Tubular Bells deel 1 t/m 27.
    De 2003 versie vond ik (persoonlijk) de beste vanwege de opnamekealiteit en de Millennium Bell is (voor een zoetekauw als ik) de ultieme kerstplaat….met die engelachtige stemmetjes heerlijk bij de cappuccino en nonnevotten. Een andere favoriet is ‘Songs Of Distant Earth’. Dit is puur ‘Zen’ en je waan jezelf op andere werelden. Dat was in de tijd dat ik van Enigma, Enya en de eindeloze Spirits Of Nature cd series hield. Deze plaat van Mike was in die tijd dus een welkome verrassing. Maar er was ook orde en chaos op een andere favoriet te vinden genaamd ‘Amarok’. Deze krachtige plaat bulkt van energie en creativiteit en klotst alle kanten op. Hier hoor je duidelijk wat Mighty Mike in huis heeft. Opvallend genoeg is alles op deze plaat goed in balans. Al met al is het ‘one in a Millenium’ dat de wereld mag genieten van zo’n talent. We count our musical blessings and we salute U.

    1. Michel

      Hey die makker,

      Bedankt voor je reactie.

      Was een helse klus, maar voor Mike Oldfield had ik het graag over. Veel research gedaan in boeken, luxe heruitgaven en zo.

      Mijn artikel wordt enorm gewaardeerd. Ik ontving veel reacties. Zowel op mijn ‘gewone’ mailaccount als via FB en de site.

      Branson zat trouwens op de eerste rij tijdens de première van ‘T.B. III’. Na de finale komt ‘ie in beeld voorbij en wel glimlachend klappend in de stromende regen. Ik ken beide VHS-video’s van buiten, want ik had ze namelijk. Nu heb ik de dvd met de dubbele A-kant. Het is mogelijk dat hij ook tijdens de première van II present was. In beeld komt hij echter niet.

      ‘S.O.D.E.’ is ook één van mijn favorieten. Staat in mijn M.O.-top 5.

      Mike Oldfield was van enorme invloed op mijn muzikale ontwikkeling. Door hem ging ik naar veel andere muziek luisteren die niet te vergelijken was met elektronische muziek en metal waar ik als jonge knaap verzot op was [en nog steeds]. Al was het maar vanwege de reden dat bepaalde muziek of muzikant/componist hem beïnvloedde in het maken van…noem maar een album. Dat was in de tijd dat ik in de bibliotheek en fonotheek uren doorbracht met het woelen door platenbakken en lezen van muzieknaslagwerken. Net zoals jij.

      ‘Music From The Balcony’ van ‘Heaven’s Open’ is één van mijn favoriete epics. Die staat ook in het ’20 Epics Na 1990′-artikel op mijn site dat ik samen met Servee schreef.

      Nogmaals bedankt voor je reactie!

      Alle goeds,

      Michel

Geef een reactie