“ZONDER KENNIS VAN AMBACHT IS EMOTIE IN ELEKTRONISCHE MUZIEK MOELIJK TE VERWEZENLIJKEN!”

HIJ MAAKTE DEEL UIT VAN DE SUCCESVOLSTE TANGERINE DREAM-PERIODE [1980-1985], BANDLEIDER EDGAR FROESE NOEMDE HEM GEKSCHEREND DER “KNURRIGE, ZIGARETTENSÜCHTIGE JOHANNES”, EN ALS EX-BANDLID HEEFT HIJ DE ALLERMOOISTE ALBUMS OP ZIJN NAAM STAAN: JOHANNES SCHMOELLING.
VOORAF AAN ZIJN SOLO-OPTREDEN OP 10 NOVEMBER IN OIRSCHOT, KREEG IK DE GELEGENHEID OM DEZE LEGENDARISCHE TOETSENIST MET ZIJN MUZIKALE PARTNER ROBERT WATERS [ECHTE NAAM: WÄSSER] TE INTERVIEWEN VOOR ONZE NIEUWSBRIEF. MAAR VOORDAT HET ZOVER WAS, WERD MIJN GEDULD AARDIG OP DE PROEF GESTELD. DE SOUNDCHECK MOEST WORDEN OVERGEDAAN EN EEN OPDRINGERIGE TELEVISIESPLOEG KROOP VOOR ZODAT IK EEN UUR LANG MOEST RONDDOLEN TUSSEN DE DECADENTE GARNITUUR VAN DE MUZIEKINDUSTRIE: AFGEVAARDIGDEN VAN KORG, MANAGERS, ZOGENAAMDE PERSVOORLICHTERS, EN MENSEN DIE ALLEEN MAAR RONDHANGEN OM ZICH STIJF TE ETEN AAN BROODJES HOTDOG EN CHIPS.
ONDANKS HET OPONTHOUD WAS HET EEN EERVOL GENOEGEN OM DEZE MAN TE SPREKEN. HIJ WAS EEN TIKKELTJE NERVEUS EN OPGEJAAGD VANWEGE DE TIJDSDRUK. GELUKKIG BEN IK VOORZIEN VAN HET NODIGE IMPROVISATIETALENT.

Het concert van vanavond gaat de geschiedenis in als uw allereerste soloconcert. Bent u geen voorstander van solo-optredens?
JS: “In principe niet. Mijn muziek of de muziek die in samenwerking met Robert tot stand komt, is dermate complex dat ik ze niet in mijn eentje kan uitvoeren. Ik streef er bij optredens altijd naar om zo minimaal gebruik te maken van backup-systemen en om zoveel mogelijk live te spelen.
Maar stiekem vind ik het wel veel leuker om met twee personen muziek te spelen dan in je eentje in de studio te zitten. Om in mijn eentje op het podium te staan met één minikeyboard en wat apparatuur? Nee, dat is niet mijn pakkie ‘an.”

Vanuit jullie laatste samenwerking kwam het album ‘Immortal Tourist’ tot stand. Wat is de gedachte achter deze albumtitel?
RW: “Oei! Dat is een goede vraag…die zich helaas lastig laat beantwoorden [lacht]. De inlay van de cd bevat een stukje tekst waarin de verklaring deels wordt onthuld. Deels…want er schuilt meer achter. Ik zal trachten wat meer opheldering te geven [lacht]. De titel is gebaseerd op een fictief verhaal dat ik verzon. Het betreft een man die op een dag wakker wordt en ontdekt dat hij helemaal alleen is. Wanhopig vermoedt hij dat dit het einde van zijn leven betekent, maar op een dag ontmoet hij nieuwe mensen en zijn leven gaat gewoon weer verder. Op dat proces van eindigen en opnieuw beginnen is ‘Immortal Tourist’ gebaseerd. Je moet het beschouwen als een filosofisch verhaal waarin hoop een concrete factor is. Voor een volledige verklaring zou ik het verhaal opnieuw moeten lezen.
JS: “Je bent het gewoon vergeten [lacht]. Ik vul nog even aan met het feit dat we het idee achter het concept niet zo in acht nemen. We zijn musici en geen filosofen. Bovendien lopen we achter op het tijdschema van vanavond. Voor een uitgebreide verklaring hebben we te weinig tijd.”

Robert is van een andere, veel jongere muzikale generatie dan u. Juist in de elektronische scene zou dat moeten botsen, maar bij jullie blijkt daarvan geen sprake te zijn.
JS: “Als muzikant merk je relatief snel wanneer je met een collega op dezelfde lijn zit. Robert heeft net als mij een klassieke opleiding genoten. Met hem kan ik heel gemakkelijk over het theoretische aspect van muziek communiceren zoals het notenschrift en dergelijke. Voor mij is die kennis heel belangrijk, want het vereenvoudigt de samenwerking. We sturen elkaar schriftelijk uitgewerkte composities toe die de ander noodzakelijkerwijs aanpast en bijwerkt voordat hij ze inspeelt of terugstuurt.
Het speelt geen rol dat Robert op sologebied een andere muziekstijl produceert of van een jongere generatie is. Wat ons verbindt. is dat we beiden klassiek geschoolde pianisten zijn. We spreken hetzelfde muzikaal jargon, en dan kom je een heel eind. Daar komt nog bij dat respect en integriteit naar elkaar toe net zo belangrijk zijn. En dat hebben we.”

Volgen jullie nauwlettend de ontwikkelingen binnen de elektronische muziek? Tegenwoordig wordt de scene in één adem genoemd met de dance-scene.
RW: “Ik volg de scene nauwlettend, omdat ik als soloartiest ook dancemuziek produceer. De muziek die Johannes zowel met als zonderTangerine Dream heeft gemaakt, is tijdloos. Het is per definitie moeilijk om iets wat tijdloos is te produceren, maar in de elektronische scene is dat nog veel lastiger. Daar speelt technische vooruitgang een doorslaggevende rol. Een nieuwe geluid is afhankelijk van technische ontwikkeling. Het klankpalet van Tangerine Dream is niet zozeer vastgeklonken aan een bepaalde tijd. Het klonk en klinkt nu nog altijd revolutionair. Ik houd de scene in de gaten, maar kom nog maar zelden iets sensationeels tegen.”

Bevindt de scene zich in een creatieve impasse?
RW: [denkt na] “Dat kan ik niet beweren, maar de elektronische muziek is gecultiveerd, gepopulariseerd. Ze is een gemeengoed geworden. Het uitzonderlijke aanzien dat deze muziekvorm genoot in de jaren ’70, ’80 en wellicht nog in de jaren ’90, is ze kwijtgeraakt.”

Wat brengt een klassiek geschoold pianist ertoe aan de slag te gaan met synthesizers? Het zijn twee compleet verschillende instrumenten.
JS: “De klank. Enkel en alleen de klank. De mogelijkheid dat je met een synthesizer de klank kon veranderen, aanpassen en er zelfs nieuwe geluiden mee kon maken, was voor mij een plezierige uitdaging. Toen ik in de jaren ’70 mijn muziekstudie afsloot, was ik niet vertrouwd met de synthesizer. Ik ben er dankzij Edgar Froese [die Schmoelling eind 1979 aan boord haalde bij Tangerine Dream] mee in aanraking gekomen. Maar dit nieuwe instrument veranderde niet mijn muzikale achtergrond. Wel mijn bewustzijn van klank en geluid.

Hoe briljant klassieke muziek dan ook mag zijn, vanwege het akoestische instrumentaria is ze wat betreft klankkleur gelimiteerd. Tangerine Dream steeg in de jaren ’80 boven die grens uit. De klanken die wij produceerden waren ongekend, nieuw. Daardoor lagen we goed in de markt voor filmmuziek en kwam Hollywood bij ons aankloppen. We componeerden volgens de werkwijze van de klassieke muziek, maar produceerden met elektronische instrumenten. Dat was voor filmproducenten iets heel nieuws en natuurlijk goedkoper.”

Die muziek die u produceert, zowel solo als in samenwerking met andereren, bevat een herkenbare emotie. Je zou het bijna kunnen omschrijven als romantisch. Persoonlijk mis ik dit aspect bij heel wat genregenoten. Ik ben me ervan bewust dat het moeilijke vraag is om te beantwoorden, maar wat is de basis voor het creeëren van gevoel in elektronische muziek?
JS: “De basis van al datgene is de ambacht, het handwerk en ik begrijp wat u bedoelt met het begrip ‘genregenoten’. Veel musici in de scene hebben een ontzagwekkende kennis van techniek, maar weten niets over de ambacht van muziek maken. Wat mij betreft is dat de tegenovergestelde manier van hoe het zou moeten. Pas wanneer je een degelijke basiskennis van muziek hebt, weet je hoe je emotie kunt uitdrukken. En pas daarna kun je je toeleggen op het technische aspect. Daarom klinkt menig eigentijdse elektronische muziek zo ‘dood’ als ik het zo mag zeggen. Misschien ben ik nu een knorrende oude man, maar dat is mijn mening.”

En was is uw visie, Robert?
JS: “Veel heeft ook met de tijdsgeest te maken. Men streeft er tegenwoordig naar om zo min mogelijk emotioneel voor de dag te komen. Emotie wordt steeds zeldzamer. Dat heeft ook zijn weerslag op de kunstwereld. Hip, cool, en afstandelijkheid overschaduwen het menselijke aspect. Omdat wij de oude traditie trouw blijven, onderscheiden we ons van de rest.”

Hebben jullie nog toekomstplannen?
JS: “We moeten eerst vanavond zien te overleven [lacht]. Daarna zien we wel verder.”
RW: “De tijd gaat voort en we zitten niet stil, maar op dit moment bevindt zich het één en
ander nog in de ontwikkelingsfase. We kunnen daar nog weinig over zeggen. Het is veel te pril, maar er verschijnt zeker nieuwe muziek.”

Michel Scheijen
November 2018

(Visited 67 times, 1 visits today)

Geef een antwoord