De meest arrogante concertervaring deed ik op bij de Kürter Festspielen van wijlen Karlheinz Stockhausen. Eén van de belangrijkste en invloedrijkste componisten van de 20e eeuw.

We schrijven 2001 en ik was, vanwege mijn kennishonger naar de invloed van avant garde klassiek op de elektronische muziek, verknocht aan de cd-box ‘OHM-The Early Gurus Of Electronic Music’. Een lesje muziekhistorie uitgesmeerd als een dikke laag roomboter over drie cd’s. Een ex-collega ritselde kaartjes. Het leek me spannend om die revolutionaire experimentmuziek van dichtbij te ervaren en de kans om Stockhausen te ontmoeten, krijg je niet elke dag.

Karlheinz Stockhausen [1928-2007] en OHM: van stopcontact naar synthesizer

De Festspielen vonden plaats in een schoolgebouw naast het centrum van het idyllisch stadje Kürten. Het gehucht heeft als bijnaam ‘Stockhausen Gemeinde’, omdat de componist er lange tijd woonde en er tegenwoordig begraven ligt. Eén zaal diende als concertlocatie. De andere twee waren expositieruimtes met foto’s, apparatuur en bladmuziek. Nou ja, bladmuziek? Het leek meer op een bouwtekening van hoe je een televisie ombouwt tot espressomachine.

Bladmuziek van Stockhausen: ook handig bij scooterreparaties

Het programma bestond uit een selectie van de componist die als een wit geklede dominee achter het mengpaneel zat. Ik herinner me een duet tussen twee percussionisten die als orang-oetangs wildvreemde maatsoorten erop los ramden. Daarna speelden drie violisten en een pianist een soort kamermuziek die als weeën opwekking in een kraamkamer letterlijk de vruchten zou afwerpen.

Na een kort inleiding volgde een segment uit Stockhausen’s zevendelige opera ‘Licht’. Het bizarre in het kwadraat. De zangers schreden als demente langlaufers over het podium. Ze droegen zwart-wit gekleurde veiligheidspakken die je ziet als er ergens asbest wordt verwijderd. De Duitse liedteksten waren lastig te verstaan tenzij je ‘Star Trek’-fan was getraind in Klingon-taal met een Duitse tongval. Tenor Julian Picke articuleerde op een manier die ik met stottertherapie kreeg afgeleerd. Zijn tegenspeelster, waarvan ik de naam niet meer weet, had een magnifieke sopraanstem, maar zo luid en hoog dat ik medelijden kreeg met haar woonwijk als ze van bil zou gaan. De finale zong ze in een ik-zit-op-een-toiletbril-van-prikkeldraad-houding. Omdat ik beslist de enige zou zijn, durfde ik niet te lachen.

Tijdens de pauze ontmoette ik Stockhausen in één van de expositieruimtes. Hij was anders dan de hautaine intellectueel die je soms op televisie zag. Mijn vragen kregen vriendelijk antwoord en hij prees de Nederlanders, omdat die 1995 niet zo moeilijk deden over de uitvoering van zijn ‘Helikopter-Streichquartett’ op het Holland Festival. Enthousiast signeerde hij mijn CD-exemplaar van ‘Kontakte’.

De avond sloot af met ‘Gesang Der Jünglinge’ en ‘Sirius’. Twee van zijn bekendste en invloedrijkste werken waaraan geen eind leek te komen. Los van de muzikale relevantie zijn het twee geluidsoorlogen die een normaal mens tot waanzin drijven. Het is louter wetenschapsmuziek: theoretisch essentieel, esthetisch platzak. Wat voor veel van dit soort werken geldt.

Na afloop was er op het schoolplein een…ahum…afterparty. Het publiek bestond voor een kwart uit de traditionele Duitse student. Voor wie niet weet wat ik bedoel: slonzig gekleed en een fles bronwater van het budgetmerk JA! in de rugzak. De rest waren geleerden uit de hautaine klasse. Zo’n griezels die op feestjes fluisteren dat de wijn ‘complexiteit’ mist. Nee, van een vet pretfestijn was werkelijk geen sprake. Het was een bijeenkomst van hoogvliegers die in de nabijheid van de componist kwistig met superlatieven strooiden. ‘Wunderschöne Kompositionen’, ‘Kulturästhetik vom feinsten‘, ‘Eine Offenbarung des Geistes‘. Allemaal lulkoek! Laven deze lui zich ook aan het kabaal van vier betonzagen, vijf drilboren en twee ketsende sloopkogels op een bouwplaats? Zeker weten niet. Tenzij Karlheinz het vanaf een hijskraan dirigeerde. Dan was het cultuur op hoog niveau.

Die bizarre optredens waren nog te behappen, maar dat raaskallen bezorgde me bijna een maagzweer. Op een bankje buiten het schoolplein wachtte ik op mijn ex-collega die een paar bekenden trof. Vlak voor ons vertrek maakte hij nog een foto. Ik bedankte voor het aanbod om volgend jaar weer te gaan.

Vlak voor vertrek uit Kürten

Ik wist waar het scharnierpunt tussen avant garde klassiek en de elektronische muziek zich bevond. Ik had het gehoord, gezien en persoonlijk gesproken. Na die avond besefte ik dat ik te veel mens ben om rond te dolen in de zoo van het intellectueel eclecticisme.

Michel Scheijen

(Visited 46 times, 1 visits today)

Geef een antwoord