Toen ik nog veel te jong was voor het kopen van platen en cassettebandjes was het de radio waaraan ik mijn muziekdorst leste. Ik zal acht of tien geweest zijn en voor het uit de kast komen als muzieknerd was mijn bewustzijn nog te onderontwikkeld. De kenmerken waren echter al onmiskenbaar. Anders dan mijn klasgenootjes walgde ik van de Gooische hockeysopraantjes van ‘Kinderen Voor Kinderen’. Wanneer hun ‘Op een onbewoond eiland’ meeblèrden, neuriede ik Deep Purple’s ‘Child In Time’.

Dankzij mijn twee oudere zussen stond bij ons thuis altijd de radio aan. De weekprogrammering van Hilversum III destijds, kende een krap geformatteerd formaat met uiteenlopende contrasten. Op maandag draaide de AVRO doorsnee popmuziek, op dinsdag was de VARA de hofleverancier van hardrock en alternatieve muziek, de woensdag stond in het teken van de bizarre VPRO-kolder, de donderdag was de ‘nationale hoempapa dag’ voor de TROS, en op vrijdag sloot VERONICA de werkweek af met Amerikaanse radiorock. De zaterdag was het equivalent van de maandag met als enige verschil dat de vrome NCRV iets meer pronkte met souldisco dan de AVRO.

Vader had op zondag het commando over de radioknoppen zodat hij niets van Langs De Lijn hoefde te missen. Die ene dag was nog te overbruggen, maar in de zomervakantie was dat knap lastig. Dan hoorde je drie ellenlange weken niets anders dan de tourverslagen van Theo Koomen. Daar zal mijn afkeer tegen alles wat met de wielersport te maken heeft beslist vandaan komen.

Als jongste telg van de familie had ik natuurlijk een afgedankt exemplaar van iemand anders. Eentje waarvan je de reuze antenne in alle windhoeken moest draaien om de zender te zoeken. Was er iemand in de buurt met een pacemaker, dan viel de zender weg.
Door de digitale revolutie is veel van de radioromantiek verloren gegaan. Internet is het primaire mediaorgaan voor muziekpromotie en diskjockeys zijn praatzieke narcisten. De kinderen van nu stellen vanwege de webcam geen vragen meer over ‘dat mannetje in de radio’.

Ik stem tegenwoordig alleen maar af op NPO Radio 1, maar ik warm me nog graag aan de Hilversum III-herinneringen. Twee jaar geleden kreeg ik een antieke radio als verjaardagscadeau. Een joekel van een apparaat met massieve draai- en drukknoppen. Er gaat een groen lampje branden als je hem aanzet.

Wanneer ik het licht in de woonkamer dim om het groene vuurtje te zien oplichten, ben ik weer even dat jochie in zijn slaapkamer. Het is het speciale geluksmoment dat zo tastbaar wordt omschreven in het ontroerende ‘Radio Ga Ga’ van Queen:


“I’d sit alone and watch your light. My only friend through teenage nights. And everything I had to know, I heard it on my radio.”

Michel Scheijen/December 2018

(Visited 5 times, 1 visits today)

Geef een antwoord