Na die liederencyclus ‘Wandern’ met operazanger Sef Thissen, gooit de Limburgse pianist Egbert Derix het met zijn nieuwe dubbelalbum ‘Dark Night Of The Soul’/’Exit Ego’ over een andere boeg. Op de ene disc stoeit hij met synthesizers en op de andere horen we zijn tedere pianospel van weleer. Beide discs bevatten ‘spoken word’-elementen van helden die dicht bij hem staan. Egbert spreekt over het hoe en waarom achter deze opvallende dubbellaar en dat de muziek minder van elkaar verschilt dan je zou verwachten.

Veel dank voor je nieuwe dubbelalbum. Het was even wennen, maar ik heb ervan genoten. Hoe is het met je?  

“Graag gedaan. Fijn dat je er van kunt genieten. Met mij gaat het prima. Ik blijf in beweging. Het nieuwe album krijgt mooie reacties en ook al wat airplay op de radio en er komen nog wat recensies en interviews in de pers. Inmiddels zit ik alweer een tijdje volop in een nieuw project met Nederlandstalige gedichten van o.a. Frans Budé en Govert Derix die ik op muziek zet en waaraan o.a. Baer Traa, Marion Steeghs, Ton Engels, Bendik Hofseth [in 1989 de opvolger van Michael Brecker bij Steps Ahead] en Huub Stapel meewerken.”

Weer iets om naar uit te kijken. Hoe krijg je het toch altijd voor elkaar om een sterrencast te verzamelen?

“Ik ben al heel wat jaren bezig en heb daarin de constante dat ik nieuw materiaal schrijf, dit zelf uitvoer en opneem, en anderen weet te enthousiasmeren. En dat enthousiast maken gaat meestal vanzelf. Vaak is daar enkel het delen van een nieuw idee of muziekstuk voor nodig. Er zijn bepaalde mensen waar ik graag mee samenwerk en die werken op hun beurt weer graag met mij. Een logische wisselwerking. Sinds mijn tienerjaren ben ik een groot fan van bijv. Marillion en Supertramp en ik wist toen al dat het ooit tot een samenwerking zou komen. Datzelfde geldt voor iemand als Bendik Hofseth die ik in 1989 met Steps Ahead hoorde spelen toen ik net aan het conservatorium studeerde. Veel musici waarmee ik werk, komen min of meer uit directe geografische omgeving en gelijkgestemden vinden elkaar vroeg of laat.”

Egbert als gasttoetsenist bij Marillion in maart 2013

Waarom een dubbelalbum met twee totaal verschillende muziekstijlen?

“Voor mij zijn het geen twee totaal verschillende muziekstijlen. Het instrumentarium op beide albums is natuurlijk anders. Maar het ontstaan van de muziek, de combinatie van improvisatie en compositie, komen uit dezelfde bron.”

Je maakt me nieuwsgierig. Welke bron?

“‘Bron’ is slechts een woord, een richtingaanwijzer naar wat ik bedoel maar waar woorden tekort schieten om het recht te doen. Je zou het ook ‘oorsprong’ kunnen noemen. Iets wat uit en met liefde gedaan of gemaakt wordt komt uit de goede bron. Het heeft een liefdevolle oorsprong. Quincy Jones heeft bijvoorbeeld ooit iets gezegd in de trant van wanneer je tijdens het proces van het maken van muziek over geld begint te praten dan ‘God walks out of the room’. Ik denk dat hij daar hetzelfde mee bedoelt.”

Voor een synthesizerfanaat als ik is ‘Dark Night Of The Soul’ een lekkernijbuffet. Ik moet bekennen dat ik het fragmentarische karakter een beetje betreur. Nummers als ‘Polysix’ en ‘Brother JX’ hebben een elektronisch klanktapijt-potentie. Waarom toch de keuze voor korte nummers?

“Ik wilde het compact houden in tegenstelling tot eerdere albums [zoals die met Searing Quartet, Angeli en mijn liedcyclus ‘Wandern’] waarbij er lange geïmproviseerde delen waren. Altijd beter dat je iets als te kort ervaart dan te lang. Ik wilde ook niet per definitie een groots synthesizeralbum maken, maar mensen laten proeven aan verschillende klanken zonder dat het een soort suites werden.”

Naar mijn kennis van het elektronische genre beschik je wel over het talent voor het maken van zo’n album. Wat ik zoal hoor op ‘Dark Night Of The Soul’ smaakt naar meer.  

“Dank je. Het bespelen en luisteren naar analoge synthesizers horen bij me sinds mijn eerste stappen in muziek maken en beleven. Het voelt heel vertrouwd.”

Junior Egbert en zijn eerste de synthesizer. Billy Joel kijkt toe.

Vertrouwder dan de piano?

Nee, anders dan de piano. De synths zijn voor mij altijd een bron van gewoonweg lol geweest. Stoeien met sounds, eindeloos naar de knopjes en kleurtjes van zo’n apparaat kijken, checken welke muzikale helden welke synths bespelen, en zelf op zoek gaan [eindeloos ‘tweaken’] naar die mooie of spannende klanken die ik in mijn hoofd hoor. Het piano studeren was een stuk minder onbevangen. Het was keihard werken om techniek, sound en kennis enigszins onder de knie te krijgen en mijn eigen stem te vinden in een wereld die overloopt van geweldige spelers en improvisatoren. Ik heb daarbij het geluk gehad dat er goede leermeesters op mijn pad kwamen en ben die ook altijd blijven zoeken.”

Het nummer ‘Reface Rhodes Impro #5’ is een onmisbare referentie naar Vangelis, toch?

“Nee, geen referentie naar Vangelis. Het is een improvisatie in het moment. Zoals alle stukken op ‘Dark Night Of The Soul’ ontstaan zijn in real time. Bij de synthesizertracks heb ik, ook in real time, zonder edits, gewerkt met verschillende sporen. De improvisaties op Rhodes, CP 80 en e-piano zijn ook allemaal in het moment, vaak ’s nachts, ontstaan. Maar aangezien je het over ‘referentie’ hebt: bij het terug horen van dit stuk voel ik wel de invloed van Jon Lord.”

Jon Lord? Leg dat maar eens uit aan deze Deep Purple-fanaat.

“Het stuk ademt voor mij in bepaalde passages de mineursfeer die Lord zo prachtig kon neerleggen op het Hammond-orgel. De intro van ‘Child In Time’ blijft natuurlijk episch. Een mooie combi van kerkelijk meditatief en lyrisch spel.”

Laten we het hebben over ‘Exit Ego’. Dit album is net zo’n warm bad met sprekende pianoarrangementen als op je album ‘Paintings In Minor Lila’ en ‘Falco’. Ik heb het gevoel dat achter de piano de romantische impressionist in je naar boven komt.

“Ik hou van welluidende soms meditatieve klanken waarin ik een voor mij overtuigende organische verbinding probeer te maken tussen originele sprekende melodieën met in de harmonieën [de akkoorden] de afwisseling tussen spanning en ontspanning. Een mengeling van drieklanken, het spel met omkeringen daarvan en niet bang zijn voor af en toe een ‘groter akkoord’ met toevoegingen zoals we dat bijvoorbeeld in de jazz vaak tegenkomen.”

Senior Egbert achter de piano

Toch hoor ik in je spel de jazzman en dat bedoel ik niet negatief.

“Helemaal prima. Jazz is ook maar een woord. Maar voor mij is het nog altijd een woord van waarde en historie. Ik associeer het met muzikale vrijheid, autonomie, kennis en emotie. Voor mij behoren veel jazzmusici tot de grootste kunstenaars.”

Wat is het idee achter de gesproken woord-elementen van Bill Hicks, Alan Watts en Eckhart Tolle?

“Het zijn drie personen die me al heel wat jaren vergezellen. Ze hebben ieder hun persoonlijke manier om hetzelfde te zeggen. Wat dat is, laat ik aan iedereen zelf over om uit te vinden.”

Klopt het als ik beweer dat aan je muziek vaak een filosofische grondslag ligt? Heb je iets met filosofie?

“Mijn muziek ontstaat altijd uit het zin hebben om te spelen, te componeren en improviseren, en dat vervolgens willen delen. In dit geval dus door middel van een dubbelalbum. In titels verwijs ik graag naar persoonlijke ervaringen of mensen. Het musiceren ontstaat uit die dagelijkse persoonlijke ervaringen en inzichten. Door gebruik van gesproken woord ligt de link met filosofie natuurlijk voor de hand. Maar filosofie is ook maar gewoon een woord. Het labelen van iets ontdoet datgene vaak van zijn oorspronkelijke energie. Juist daarover hebben Eckhart Tolle en Alan Watts heel rake dingen gezegd.”

Is je cover ‘New York State Of Mind’, puik nummer overigens, een eerbetoon aan Billy Joel zoals ‘Rourke’ en ‘A Letter To James Taylor’ hommages zijn aan Mickey Rourke en James Taylor?

“Billy Joel is een inspiratie en deel van de soundtrack van mijn leven. Nadat ik in de jaren ’80 zijn concert op Long Island op tv zag en ‘Goodnight Saigon’ een hit was, ben ik alle elpees van hem gaan kopen en hem blijven volgen. Ik heb ‘m een paar keer live gezien in Ahoy’.  ‘New York State of mind’ is voor mij een jazzstandard. Ik herinner me nog goed dat ik in 1991 door Central Park liep met Billy op de walkman. Dat ontroerde me. James Taylor is ook een muzikale held. Net als Billy een kunstenaar in woord en muziek met altijd een boodschap die troostend, meditatief, tot denken aanzettend of juist heel uitbundig en positief. ‘A letter to James Taylor’ is mijn muzikale bedankbrief aan James, een nachtelijke improvisatie. Mickey Rourke is een acteur met een bijzondere staat van dienst en ogenschijnlijk iemand die meerdere gezichten of incarnaties lijkt te kennen. Zijn comeback in de film ‘The Wrestler’ vind ik krachtig en ontroerend. Ik zag hem een tijd geleden in een interview en dat maakte diepe indruk op me. Zijn eerlijkheid, kwetsbaarheid…en juist daarom krachtig, sterk, en zijn intelligentie voelden voor mij als het tegengif voor een wereld waarin ‘fake’, materialisme en ego de maatstaf lijken te zijn. Hij toonde zich daar in dat interview wars van, in vrede, zonder het te benoemen overigens.”

In dat laatste proef ik ‘Exit Ego’.

Jazeker!

Heel veel dank voor je tijd en natuurlijk prachtige muziek, Egbert.

Michel Scheijen

(Visited 76 times, 1 visits today)

Geef een antwoord