DE RUBRIEK ‘DE ZWARTE SCHIJF’ LAAT HET LICHT SCHIJNEN OVER ALBUMS DIE DE VERWACHTINGEN NIET WAARMAAKTEN, FLOPTEN OF WAAROVER DE MENINGEN STERK UITEENLOPEN. WAAR GING HET MIS? WAAROM BLEEF HET SUCCES ACHTER? WAT IS DE REDEN VOOR DE CONTROVERSE? EN HOE KAN HET DAT SOMMIGE TITELS NADERHAND DE CULTSTATUS BEREIKTEN? MUSICOPHILIA GAAT OP ONDERZOEK.

ALBUM NR. 6 IN DE RUBRIEK: ‘TIN MACHINE’ VAN TIN MACHINE UIT 1989

Dat niet alle projecten van David Bowie [1947-2016] even succesvol bleken, wordt geïllustreerd door het verhaal over zijn rockband Tin Machine. Bowie deed er een tijd over om zijn plek in de Britse muziekscene te veroveren. Maar vanaf het moment dat hem dat begin jaren zeventig lukte, was hij alom aanwezig. Hij veranderde regelmatig van kledingstijl en muziekrichting en oefende op die manier grote invloed uit op de mode en de muziekbranche. Leo Blokhuis vat het in het Groninger Museum Magazine van februari 2015 als introductie van de overzichtstentoonstelling ‘David Bowie IS’ als volgt samen: “Bowie heeft altijd vooropgelopen in ontwikkelingen, omdat hij ze haarfijn aanvoelde. Hij doet iedere keer iets anders en hij bevindt zich daarbij altijd weer op dat snijpunt van meteen signaleren of zelf initiëren.”

Een feit is dat door dit kameleon-gedrag groepen nieuwe fans net zo snel aanhaakten als afhaakten. Zijn permanente bewonderaars accepteerden zijn wisselingen in stijl echter als handelsmerk en namen de ‘wat minder geslaagde en succesvolle versies’ van Bowie op de koop toe.

In 1988 richtte Bowie de rockband Tin Machine op, samen met gitarist Reeves Gabrels en de gebroeders Sales [die hij kende uit zijn samenwerking met Iggy Pop]. Hoewel Bowie op de prachtig vormgegeven hoes in zijn zwarte pak zelfbewust in de lens kijkt, waren zowel publiek als pers van het begin af aan niet gecharmeerd van hun debuutalbum uit 1989. Na een tweede album en een live registratie werd Tin Machine in 1990 officieel ontbonden.

Tin Machine: Tony Sales, David Bowie, Hunt Sales, Reeves Gabrels

Reden van de beperkte waardering is niet geheel duidelijk. Publiek en critici zaten op dat moment overduidelijk niet te wachten op een rock album van Bowie. Achteraf gezien is het de vraag of Bowie de band in geval van een grotere waardering of verkoopsucces langer in stand zou hebben gehouden. Ook nu wordt er bijvoorbeeld door Erik van den Berg in de December 2021 uitgave van OOR in een artikel over de verzamelbox ‘Brilliant Adventure [1992-2001]’ nogal hard geoordeeld over Tin Machine: “We spraken al eerder de hoop uit dat David Bowie’s weinig verheffende uitstapje met Tin Machine bij deze box ‘per ongeluk’ zou worden geskipt”. Verderop in het blad adviseert hij de luisteraars van de 456 liedjes van David Bowie wel even de fast forward knop in te schakelen bij het Tin Machine-tijdperk.

Het album werd in 1989 vooral onder de bredere aandacht van het publiek gebracht door de lekker in het gehoor liggende single ‘Under The God’.  De opener van het album, het nummer ‘Heaven’s In Here’, zet in ieder geval duidelijk de [stevige] toon voor de rest van de plaat, die achteraf gezien te weinig songs bevat met echte eeuwigheidswaarde. Laat staan om nu nog met enige regelmaat de playlists te halen. De periode met Tin Machine was voor Bowie wel de opmaat voor een langdurige samenwerking met gitarist Gabrels, die sinds 2012 overigens deel uitmaakt van The Cure.

Rob Riksen

(Visited 99 times, 1 visits today)

Geef een antwoord