DE RUBRIEK ‘DE ZWARTE SCHIJF’ LAAT HET LICHT SCHIJNEN OVER ALBUMS DIE DE VERWACHTINGEN NIET WAARMAAKTEN, FLOPTEN, OF WAAROVER DE MENINGEN STERK UITEENLOPEN. WAAR GING HET MIS? WAAROM BLEEF HET SUCCES ACHTER? WAT IS DE REDEN VOOR DE CONTROVERSE? EN WAAROM KREGEN SOMMIGE ALBUMS ACHTERAF TOCH EEN CULTSTATUS? MUSICOPHILIA GAAT OP ONDERZOEK.

NUMMER 15 IN DE RUBRIEK: ‘LAUGING STOCK’ VAN TALK TALK UIT 1991

Het Britse Talk Talk maakt in 1982 hun debuut met het album ‘The Party’s Over’. Talk Talk bestaat uit zanger/gitarist Mark Hollis, bassist Paul Webb, drummer Lee Harris en toetsenist Simon Brenner. ‘The Party’s Over’ is een blitse new wave-plaat geproduceerd door Colin Thurston die ook verantwoordelijk is voor het glossy meesterwerk ‘Rio’ van Duran Duran dat een maand eerder verschijnt. De promotietournee voor ‘Rio’ doet Talk Talk in het voorprogramma van Duran Duran belanden. Platenmaatschappij EMI maakt namelijk handig gebruik van het feit dat beide bandnamen bestaan uit twee dezelfde woorden.

De pedante bandleider Mark Hollis heeft andere ideeën. Hollis’ artistieke ambities reiken verder dan het maken van blitse new wave-pop waar tieners op losgaan. Voor het tweede album ‘It’s My Life’ uit 1984 gaat de band in zee met producer Tim Friese-Greene die niet alleen een betekenisvolle factor wordt in de ontwikkeling van het groepsgeluid, maar voor Hollis zal uitgroeien tot een belangrijke sparringpartner in het schrijven van liedjes. Toetsenist Simon Brenner is inmiddels uit de band gezet en Talk Talk bestaat voortaan uit het trio Hollis, Webb en Harris. Op ‘It’s My Life’ [waarvan ‘Such A Shame’ en het titelnummer grote hits worden] ruilt de band het fancy new wave-geluid in voor tijdloze, bij vlagen dansbare kwaliteitspop met tekstuele inhoud. Ook het imago ondergaat een metamorfose. De vliegtuigsteward-outfits verdwijnen in de klerenkast en men kiest voor de casual dresscode van een maatschappelijk werker.

Talk Talk 1981 met Simon Brenner [uiterst links] en Talk Talk 1984: Lee Harris, Simon Webb, Mark Hollis

Twee jaar later verschijnt het tijdloze ‘The Colour Of Spring’ met ijzersterke songs. Het meesterwerk is in een nog betere productie gegoten en Hollis laat zijn experimenteerdrift voorzichtig gelden. De singles ‘Life Is What You Make It’ en ‘Living In Another World’ worden vette hits. ‘The Colour Of Spring’ wordt zowel artistiek als financieel zo’n succes dat EMI vol vertrouwen Talk Talk opnieuw de studio instuurt voor het maken van een net zo’n succesvolle opvolger.

Als in 1988 de EMI-delegatie de mastertapes van ‘Spirit Of Eden’ te horen krijgt, schrikken ze zich een hoedje. In plaats van een voorzetting van ‘The Colour Of Spring’ levert de band een album af met geen enkel radiopotentieel nummer. ‘Spirit Of Eden’ is een experimentele mengeling van jazz, klassiek. folk en ambient. Een aanpak die overeenstemt met de vrijzinnige albummuziek uit de jaren 70. Anders omschreven: muziek die de aandacht van de luisteraar claimt. Mark Hollis’ ambitie om zich met ruimte voor experiment op artistieke wijze te onderscheiden van de massa, was geen bluf. EMI is furieus en dwingt Talk Talk om een videoclip op te nemen voor ‘I Believe In You’ dat als ingekorte versie op single verschijnt. Het mag allemaal niet baten. De Talk Talk-fans van het eerste uur haken af waardoor het nieuwe album matig verkoopt [in vergelijking met de twee voorgangers zelfs slecht]. Dat Hollis weigert het album live te promoten, maken de toch al gespannen verhoudingen met EMI er niet beter op waardoor het contract op 23 mei 1989 juridisch wordt ontbonden.

Talk Talk tekent een nieuw platencontract bij Polydor waar onder meer het prestigieuze Verve Records onder valt. De man die het contract namens Polydor bewerkstelligt, is ene Paul Munns die in 1981 de band ook onder contract stelde voor EMI. Hoe ironisch kan het lot soms zijn?

Het past in Hollis’ straatje dat het nieuwe werk zal uitkomen op Verve Records. Dat label staat bekend om de legendarische jazzalbums van o.a. Miles Davis, John Coltrane, Oscar Peterson, Stan Getz en Frank Zappa’s Mothers Of Invention. Niets en niemand zal nu nog zijn ambities dwarsbomen.

Voor de opnames van een nieuw album wordt een regiment aan sessiemusici ingehuurd. Lee Harris staat inmiddels meer op de loonlijst als sessiemuzikant dan bandlid. Paul Webb zag het na ‘Spirit Of Eden’ al niet meer zitten en bedankt zich. Zodoende staat het project onder leiding van Hollis met hulp van Friese-Greene. De opnames hebben als doelstelling om gelijkgestemde muzikanten samen te brengen in een studio waar iedereen improviseert rondom een basisthema zoals dat wordt aangevoeld. Alles draait om interactie tussen geluid, melodie, ruimte en omgeving. Voor de juiste sfeer is de opnamestudio volledig in het duister gehuld, afgezien van olieprojecties op de muren en hallucinerende effecten van een stroboscoop. Moderne psychedelica is de juiste zin van het woord. Niet elke sessiemuzikant kan hiermee overweg, laat staan gediend te zijn van Hollis’ knorrepot attitude. Dat de opnames zich oneindig lang rekken en het een komen en gaan is van muzikanten, is niet vreemd.

Mark Hollis en Tim Friese-Greene tijdens een moment van bezinning over weglopende sessiemuzikanten.

Exact drie jaar na ‘Spirit Of Eden’ verschijnt op 16 september 1991 ‘Laughing Stock’ met wederom een magnifiek artwork van kunstenaar James Marsh. Net als zijn voorganger is het een experimenteel, niet commerciele plaat die vanwege de inzet van retro-microfoons zoals de Telefunken U47 nog meer organisch klinkt. ‘Laughing Stock’ is muzikale poëzie van bruisende stilte. Een gedurfd kunstwerk dat sterk leunt op free jazz en de luisteraar meeneemt op een betoverende tocht door muziek, geluid, emotie, ruimtelijkheid, en improvisatie.

De muziekwereld van 1991 kan er totaal niets mee aanvangen. Dance [met name de Bristol-sound van Massive Attack] en hip-hop zijn razend populair en de rockwereld wordt op dat moment opgeschud door de grunge uit Seattle. Muziekvormen die totaal haaks staan op ‘Laughing Stock’ waardoor het al snel uit de albumlijsten keldert.

Desalniettemin mag de invloed van het album niet worden onderschat en was Mark Hollis’ met zijn muzikale visie de tijd ver vooruit. ‘Laughing Stock’ is een innovatief meesterwerk dat aan aan de wieg stond van wat we tegenwoordig betitelen als post-rock. Een genre waar de focus ligt op het experimenteren met textuurvormen en klankleuren, en minder op conventionele songstructuren en riffs. Succesvolle post-rock bands zoals Sigur Ros, Tortoise en Mogwai erkennen dat het album van grote invloed was op hun muziek. De toonaangevende website Pitchfork waardeert ‘Lauging Stock’ met een 10 en rekent het tot de allerbeste albums van de jaren 90. Van het Amerikaanse Stylus Magazine krijgt het de eer ‘allerbeste post rock-album aller tijden’.

Na de release wordt Talk Talk ontbonden. Friese-Green vindt dat hij het maximale uit de samenwerking met Holllis heeft gehaald en gaat als producer zijn eigen weg. Voor Mark Hollis is dit een shock, want nu moet hij op zoek naar nieuwe schrijfmaatjes. Na een lange periode van radiostilte verschijnt in 1998 zijn soloalbum ‘Mark Hollis’ dat in het verlengde ligt van ‘Laughing Stock’. Daarna wordt nog maar weinig van hem vernomen. In februari 2019 overlijdt het eigenzinnige genie op 64-jarig leeftijd aan kanker.

Michel Scheijen

Een heel speciaal dank gaat uit naar Albert Voorhorst voor hulp en advies.

(Visited 124 times, 1 visits today)

Dit bericht heeft 10 reacties

  1. Bas Dassen

    Mooi verhaal, zoals ik het ook ken. Al wist ik niet dat Friese-Greene de stekker uit de samenwerking met Mark Hollis had getrokken. Ik wist totaal niet wat ik ermee adn moest toen ie in 91 uitkwam. Maar doordat ik 3 jaar had doorgezet als tiener om Spirit of Eden te snappen, duurde het met Laughing Stock helemaal niet zo lang. Nu vind ik het hun beste en zit deze in de top 10 van alles wat ik ken.

    1. Michel

      Dank voor je reactie, Bas. Ik reageerde weer op jou via FB.

      Super dat je tijd neemt voor mijn artikelen, kerel.

      Michel

  2. Johnny Riddering

    Leuk en informatief stuk weer Michel.
    Ik luister het album ieder jaar toch wel enkele keren.
    Een audiofiel verantwoorde plaat!

    1. Michel

      Dank voor je reactie, Johnny.

      Het is inderdaad een audiofiel-verantwoorde plaat. Hoewel dat voor mij nooit bepalend is om van muziek te genieten. Dan kan ik net zo goed mijn Black Sabbath-collectie bij het grof vuil zetten. Ha! Ha! Maar ik begrijp donders goed wat je bedoelt.

      Alle goeds,

      Michel

  3. Erik Neuteboom

    Ik heb helemaal niets met deze muziek maar ik vind het een interessant verhaal, de nukken en grillen van een muzikaal genie.

    1. Michel

      Dank voor je reactie, Erik. Er bestaat voor mij geen groter compliment dan wanneer iemand het artikel met belangstelling leest, zonder iets met de muziek te hebben. Dat betekent dat mijn artikelen/schrijfwijze mensen bekoren.

      Alle goeds,

      Michel

      1. Erik Neuteboom

        Haha, ja, ik lees regelmatig jouw stukjes zonder dat de muziek me aanspreekt, omdat jouw stijl en humor me aanspreken, reeds.

        1. Michel

          Hallo Erik,

          Dank voor je reactie.

          De gedeeltelijke reden waarom je mijn artikelen leest, is voor mij een groot compliment. Echt super bedankt!

          Alle goeds,

          Michel

  4. Ruud Dielen

    Interessant verhaal Michel, en ‘muziek die de aandacht van de luisteraar claimt’ is op zijn plaats, maar net als Erik heb ik deze band nooit goed kunnen doorgronden. Maar het zijn zeker pareltjes die goed tot je door moeten dringen om het echt te kunnen waarderen, maar dat geldt voor heel veel goede muziek uiteraard!

    1. Michel

      Dank voor je reactie, Erik. Het is ook een kwestie van smaak. Ik kan mij goed voorstellen dat de albums ‘It’s My Life’ en ‘The Colour Of Spring’ door mensen worden geprefereerd. ‘Spirit Of Eden’ en ‘Laughing Stock’ zijn wel effe andere koek.

      Alle goeds,

      Michel

Geef een reactie