DE RUBRIEK ‘DE ZWARTE SCHIJF’ LAAT HET LICHT SCHIJNEN OVER ALBUMS DIE DE VERWACHTINGEN NIET WAARMAAKTEN, FLOPTEN OF WAAROVER DE MENINGEN STERK UITEENLOPEN. WAAR GING HET MIS? WAAROM BLEEF HET SUCCES ACHTER? WAT IS DE REDEN VOOR DE CONTROVERSE? EN HOE KAN HET DAT SOMMIGE TITELS NADERHAND DE CULTSTATUS BEREIKTEN? MUSICOPHILIA GAAT OP ONDERZOEK.

NR. 8 IN DE RUBRIEK: ‘UNION’ VAN YES UIT 1991

Voor het hoe en waarom achter het meest beladen album uit de Yes-catalogus maken we een tijdsprong naar 1979 wanneer zanger Jon Anderson en toetsenist Rick Wakeman besluiten om de band vaarwel te zeggen. De overgebleven leden Steve Howe [gitaar], Chris Squire [bas] en Alan White [drums] beginnen ‘m te knijpen, want voor 1980 staat een uitverkochte tournee door de V.S. en Engeland op het programma. Voor het vervangen van Anderson en Wakeman worden zanger Trevor Horn en de academisch geschoolde toetsenist Geoff Downes ingelijfd. De heren zijn beter bekend als het kaugomballenpopduo The Buggles die 1979 een wereldhit scoorden met ‘Video Killed The Radio Star’.

Geoff Downes en Trevor Horn als The Buggles

Over de wonderlijke combi lopen de meningen sterk uiteen, maar toch verschijnt van het nieuwe Yes in augustus 1980 het best stevige album ‘Drama’. Lang houdt de nieuwe bezetting niet stand. De V.S. reageert gematigd op de nieuwkomers, maar het thuisfront laat niets heel van het nieuwe Yes. Vooral Horn krijgt er van langs. Hij mist het hoge stembereik van Jon Anderson en met zijn dikke brillenglazen oogt hij als de typische wiskundenerd die tijdens gymles over zijn voeten struikelt.

Yes 1980: Alan White, Geoff Downes, Chris Squire, Trevor Horn, Steve Howe

Niet alleen Horn en Downes verlaten Yes, ook Steve Howe stapt op om twee jaar later met Downes te worden herenigd in het elitecollectief Asia. Squire en White beginnen uitgebreide jamsessies met Jimmy Page die helaas op niets uitlopen. Het is de Zuid-Afrikaanse gitarist en alleskunner Trevor Rabin die zich als reddende engel in 1982 aansluit bij Squire en White. De demo’s die daaruit voortkomen stemmen Jon Anderson dermate gelukkig dat hij terugkeert op zijn oude nest. Als dan ook nog Yes-toetsenist van het eerste uur Tony Kaye wordt gecontracteerd, is een gereviseerde Yes weer een feit. Van deze bezetting verschijnt in 1983 het door Trevor Horn geproduceerde en ‘90125’ voorafgaand aan de wereldhit ‘Owner Of A Lonely Heart’. ‘90125’ wordt niet alleen het succesvolste en best verkochte Yes-album aller tijden, het maakt de band ook populair bij de jonge MTV-generatie.

Yes 1983-1988: Alan White, Jon Anderson, Chris Squire, Tony Kaye, Trevor Rabin

Gehakketak en eindeloze sessies in Europese en Amerikaanse studio’s vertragen de release van de navolger ‘Big Generator’ met maar liefst vier jaar. Vooral Jon Anderson merkt dat zijn ideeën het afleggen tegen de frisse en technisch knappe inbreng van Trevor Rabin. Een inbreng die meer van doen heeft met de melodierijke Amerikaanse radiorock dan met de progressieve rock van Yes uit de jaren ’70.

Na het afsluiten van de ‘Big Generator’-tournee in 1988 verlaat Jon Anderson voor de tweede keer zijn geesteskindje. Hij zint op artistieke wraak en vormt met oudgedienden Steve Howe, Rick Wakeman en de allereerste Yes-drummer Bill Bruford het project Anderson-Bruford-Wakeman-Howe waarvan in 1989 op Arista Records het titelloze debuut verschijnt. Het is een zwaar symfonische plaat die klinkt als een jaren ’80 interpretatie van het traditionele Yes-geluid uit de jaren ’70, echter zonder de vertrouwde groepsnaam. Ondanks de creatieve verwarring is het succes van ABWH behoorlijk.

Geen Yes maar ABWH: Jon Anderson, Steve Howe, Bill Bruford, Rick Wakeman

Intussen zitten Rabin, Kaye, Squire en White met de handen in het haar. Squire weet inmiddels dat navolgers van Anderson niet aan de bomen groeien. Het Word Trade-wonderkind Billy Sherwood springt even bij, maar biedt geen confidentie.

Met ABWH schiet het ook niet op. Demo’s voor een nieuw album krijgen van Arista beperkte goedkeuring tot ergernis van Anderson. Tussen de opnamesessies in Los Angeles gaat hij op de koffie bij Trevor Rabin die hem kwaliteitsmateriaal voorschotelt waaraan het officiële Yes op dat moment werkt. Anderson wil op dat materiaal zingen, maar zowel het management van ABWH als van Yes liggen dwars. Arista verliest het geduld en biedt Atlantic Records [waar het officiële Yes onder contract staat] een flink bedrag voor een album waarop beide samenstellingen zich muzikaal verzoenen.

Het Yes-familiediner

Op papier is het een prima idee, maar de praktijk pakt anders uit. Egoïsme, artistieke onenigheden en draaikont Jon Anderson laten de opnamesessies uitlopen op een janboel. Producer Jonathan Elias [die ook al werkte aan het tweede ABWH-album] krijgt van Arista de ondankbare taak om een radiovriendelijk album te maken. Anderson moedigt hem aan om dat juist niet te doen. Ook beveelt hij om sessiemusici te huren [o.a. Jim Crichton, Jimmy Haun en Steve Porcaro] zodat de ‘kwaliteitsgebrekkige’ gitaar- en keyboardpartijen van Howe en Wakeman worden overgedaan. De tijd dringt namelijk!

‘Union’ verschijnt in april 1991 en mist dezelfde cohesie als pistache-ijs met gemalen zilveruitjes. De plaat bevat een aantal sterke nummers [‘I Would Have Wait Forever’, ‘Shock To The System’ en ‘Miracle Of Life] en wat sfeerjuwelen [‘Angkor Wat’, ‘The More We Live-Let Go’], maar voorkomt niet dat het eindresultaat een knapzak is vol slap uitgewerkte ideeën en vulmateriaal. De aansluitende wereldtournee is een van de succesvolste uit de Yes-geschiedenis en voor de fan een belevenis. Negen ambitieuze musici in bloedvorm op een ronddraaiend podium. Een schril contrast met het Frankenstein-achtig album.

Aan de harmonie komt abrupt een eind wanneer Howe, Bruford en Wakeman na de tournee het nieuws bereikt dat ze geen deel meer uitmaken van Yes en Anderson en co. doodleuk de studio induiken voor een nieuwe Yes-plaat.

Michel Scheijen  

(Visited 64 times, 1 visits today)

Dit bericht heeft 4 reacties

  1. Bas Dassen

    Ondanks alles is dit mijn nummer 3 van Yes, na Close to the edge en Tales from tooographic oceans! Toen ik deze leerde kennen, wist ik weinig tot niets van Yes en al helemaal niet dit bovenstaande verhaal. Ik ben er dus blanco ingegaan en vond het een krachtig en afwisselend album, hetgeen ik nog steeds vind, al vindt een van mijn helden (Bill Bruford) dit het slechtste waar hij ooit aan heeft meegewerkt, haha!

  2. Michel

    Bedankt voor je reactie, Bas. Zoveel muziek, zoveel ervaringen/meningen/percepties. ‘Union’ is in elk geval omstreden, maar dat geldt voor vrijwel elk album in de categorie ‘De Zwarte Schijf”. Nogmaals bedankt en blijf reageren.

  3. Erik Neuteboom

    Interessant verhaal Michel, bijna een prog soap, zoveel Goede Tijden En Slechte Tijden, haha.

  4. Michel

    Terecht conclusie. In een kladversie van het artikel gebruikte ik het metafoor ‘soapserie’. Bedankt voor je tijd/reactie.

Geef een antwoord